ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« IDFA - MuziekfilmsThe Strange Case of Angelica »

IDFA - GREEN SCREEN

21

nov

2011

Milieu, biodiversiteit, klimaatveranderingen, overal in de wereld houden mensen zich ermee bezig. Documentairemakers zitten er bovenop. Ze registreren uiteenlopende strategieën om onze omgeving schoner en leefbaarder te maken, én veel geruzie daarover.

Honderden skiërs in fleurige outfits schuifelen over de Tiroolse sneeuw door poortjes die ze toegang geven tot de skilift. Gestroomlijnd gaan ze in groepjes de lucht in. Naar de top. En dan weer naar beneden. De camera staat er in ‘Peak’ stilletjes observerend bij. Ook wanneer een man uitlegt waar het immense waterreservoir voor dient dat op 2800 meter hoogte wordt aangelegd: om sneeuw te maken. De gletsjer heeft zich de laatste decennia teruggetrokken. Slecht voor de wintersportindustrie. Dus maken mensen hun eigen sneeuw.
Wat zijn we toch slim. De Duitse film laat mooi zien hoe de mens voor god kan spelen: met dynamiet, bulldozers en vernuftige machines zet hij landschap en klimaat naar zijn hand om voor z’n lol op een paar plankjes van een berg af te glijden.

Afgelopen voorjaar had IDFA directeur Ally Derks naar eigen zeggen nog zo haar twijfels: hebben we wel genoeg films voor een nieuw Green Screen-programma? Maar documentaires over milieu, duurzaamheid en ‘groen’ bleven komen. En zo ontstond vanzelf een vervolg op het themaprogramma dat in 2005 voor het eerst een prominente plaats binnen het festival innam. In de eerste editie waren vooral films te zien waarin makers zich, vaak met een mengeling van verbazing en verontwaardiging, richtten op grote misstanden in de wereld: onze geïndustrialiseerde voedselindustrie bijvoorbeeld, of klimaatverandering, zoals Al Gore’s rampspoedfilm ‘An Inconvenient Truth’.

Vorig jaar was de toon al anders: filmmakers pakten het bescheidener aan, gingen op zoek naar de nuance, richtten hun camera op kleinere, lokale milieukwesties, of projecten van optimistische mensen die gewoon aan de slag gaan om hun ecologische voetstap te verkleinen. Die trend zet zich voort in het programma van het 24e IDFA.

Sushi: The Global Catch’ bijvoorbeeld onderzoekt de wereld van tonijnvangst, schrikbarend gegroeid door de toenemende, wereldwijde populariteit van sushi. In Japan kijken we rond op veilingen waar de blauwvintonijn - vanwege z’n snelheid, afmetingen en hoge marktwaarde ook wel de ‘Porsche van de zee’ genoemd - wordt verkocht en over de hele wereld verscheept. In Japan zou het uitsterven van de tonijn een culinaire en culturele ramp zijn, in de zeeën een groot ecologisch probleem.
Filmmaker Mark S. Hall wil niet alleen maar alarmeren en visliefhebbers opzadelen met een schuldgevoel, hij gaat ook op bezoek bij activisten, restauranthouders en experimenterende tonijnkwekers die zoeken naar een antwoord op een dreigend tonijntekort.

Interessant is te zien dat alle betrokkenen wel overtuigd lijken van het belang van meer duurzaamheid, maar het niet makkelijk eens kunnen worden over de manier van aanpak. ‘Groen doen’ mag in westerse landen een bijna vanzelfsprekende slogan zijn geworden, zodra de goede intenties zijn uitgesproken blijken allerlei politieke, economische, culturele en emotionele argumenten alsnog voor onenigheid te zorgen.

Opmerkelijk is dat zulke debatten al niet meer worden gevoerd langs klassieke tegenstellingen als politiek links versus rechts, of natuurliefhebbers versus de industrie. Zo woedt aan de noordoostkust van de VS, traditioneel het domein van bevoorrechte families als de Kennedy’s, een hevig conflict tussen lobbyisten die een windturbinepark willen en tegenstanders. In ‘Cape Spin: An American Power Struggle’ komen hun uiteenlopende argumenten aan bod. De voorstanders willen schonere energie en een betere luchtkwaliteit, de tegenstanders vrezen het welzijn van vissen en vogels en willen hun mooie natuur (en uitzicht) niet vernacheld zien door de industriële windreuzen.
Iedereen kaapt ‘groen’, maar een garantie voor resultaat is dat niet. De energie die beide kampen steken in luidruchtige campagnes zouden ze misschien beter kunnen benutten voor het vinden van compromissen, of bezinning op de consumptiemaatschappij.

Vooral dat laatste is een opvallende rode draad in het Green Screen-programma. Ten tijde van economische bloei was ‘groen’ misschien voor velen nog een luxe thema, een morele kwestie. Nu, in tijden van wereldwijde economische onzekerheid, lijkt milieubewustzijn meer een meer samen te vallen met versobering, en met logisch pragmatisme.

De Nederlandse documentairemaker Alexander Oey reist in ‘Off the Grid’ door Amerika om te zien hoe Amerikanen reageren op werkloosheid, bezuinigingen en stijgende energieprijzen. Dat levert schrijnende beelden op van tentenkampen voor wie geen huis meer kan betalen, maar ook van burgers en gemeenschappen die daadkrachtig hun eigen weg kiezen en zich afkeren van federale overheid en wereldeconomie.
De milieukreet ‘lokaal eten’ is in Great Barrington, Massachusetts, een politiek statement geworden: groenten, zuivel, limonade, bier, vrijwel alles in de plaatselijke supermarkt komt uit de directe omgeving. Sterker, betalen doe je met de lokale munteenheid: de BerkShares. Een ogenschijnlijk voorbeeldig, utopisch burgerinitiatief waarin alles draait om de kleine ondernemer en gemeenschapszin. Weg van globalisering, grote ketens en grillige aandelenkoersen.

In Amerika appelleren zulke idealen aan traditionele romantische waarden van het Wilde Westen en de eenling versus Het Systeem. Tegelijkertijd kun je je afvragen of globalisering nog terug te draaien valt, en of wereldwijde milieuproblemen gebaat zijn bij naar binnen gekeerde gemeenschappen en politiek provincialisme.

Zo komen we terug bij de Duitse film ‘Peak’. De titel slaat op de bergtoppen in de film, maar lijkt binnen het programma ook te verwijzen naar de grote eenzame hoogte waar de moderne mens met al z’n kennis en snufjes terecht is gekomen. Die positie is het onderwerp van een andere film binnen het programma, ‘Surviving Progress’. We hebben ons in de evolutie nadrukkelijk onderscheiden van andere levende wezens, en veel bereikt. Hoe nu verder? Zitten we op onze top? Gaan we nog verder omhoog, of is het tijd om af te dalen?

‘Peak’ schetst niet alleen de achterkant van wintersport, filmmaker Hannes Lang neemt zijn camera ook mee naar kleine boeren verderop in de Alpen, die leven alsof er in honderd jaar nauwelijks iets is veranderd. Vee houden, groenten verbouwen en zelf kaas maken. Aan het weer kun je niks doen, dat is een kwestie van afwachten, zegt een boer die zich zorgen maakt over gebrek aan eten voor zijn koeien.
De uitersten komen zo helder tegenover elkaar te staan: voor god spelen of kneuterig fatalisme. Er moet een tussenweg mogelijk zijn.


Andere films binnen het programma:
Confessions of an Eco-Terrorist’ is een vrolijke terugblik op dertig jaar guerilla-acties van kapitein Paul Watson die met allerlei schepen ten strijde trekt tegen walvisjagers en zeehondjesdoders.

The Hungry Tide’ maakt inzichtelijk wat een stijgende zeewaterspiegel betekent voor de bewoners van de eilandengroep Kiribati: delen van hun land zijn verdwenen. Nederlandse kijkers zullen licht nerveus raken van beelden van door de zee verzwolgen dorpen.

Het programma Green Screen omvat vijftien film die meedingen naar een IDFA Award. Woensdag worden in de dagelijkse festivaltalkshow de nominaties bekendgemaakt. De prijsuitreiking vindt plaats tijdens de slotavond op 25 november.


© RdL
Trouw
22 november 2011