ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« Onder OnsIDFA - Muziekfilms »

IDFA - DOCUTAINMENT

16

nov

2011

“Het is wel leuk om de Niagara waterval roze te verlichten, maar wat dóe je daar uiteindelijk mee?” vraagt iemand droogjes in ‘Pink Ribbons Inc.’, een van de documentaires in de hoofdcompetitie van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) dat vandaag van start gaat. In de film fileert de Zwitsers-Canadese cineaste Lea Pool de mechanismen achter de Amerikaanse organisatie die geld inzamelt voor borstkankerbestrijding. Een prima goed doel, zou je zeggen.

Toch schetst Pool een prachtig contrast tussen de nadrukkelijk optimistische, uitgelaten ’fuzzy’ sfeer van ‘roze’ marathons en benefieten, en de werkelijkheid, prettig nuchter verwoord door medici, wetenschappers, opiniemakers en, niet onbelangrijk, patiënten zelf. Miljarden zijn er al ingezameld, maar is er inmiddels een medicijn? Weten we meer over de oorzaken? Pool creëert een onthutsend beeld van hedendaags charitatief werk dat zo dicht tegen grote corporaties aanschurkt dat je je kunt afvragen wie nou eigenlijk wiens belangen dient.

‘Pink Ribbons Inc’. is het type documentaire dat altijd een belangrijke plaats heeft ingenomen binnen het festival, dat dit jaar z’n 24e editie beleeft: gedegen onderzoeksjournalistiek, maatschappelijk geëngageerd. Sociale bewogenheid, verontwaardiging over misstanden zijn vaak het startpunt voor documentairemakers om de wereld in te trekken en de camera te gebruiken als stille observator, gewetensvolle getuige of boos breekijzer.

Globalisering, milieuvraagstukken, armoede, de wereld na ‘9/11’ bepaalden een aantal jaar geleden voor een belangrijk deel de toon van het festival. Het zullen voorlopig dankbare onderwerpen voor documentairemakers blijven. Maar daarnaast valt in de 339 film die de festivalstaf selecteerde uit het tienvoudige dat werd ingestuurd, op dat veel makers juist een andere weg inslaan, zegt directeur Ally Derks. “Persoonlijke, kleine verhalen, zoektochten, films met drama en spanning.” Entertainment vervat in een documentaire vorm. Op het festivalkantoor, vertelt ze, bezigt men al de term ‘docutainment’.

De openingsfilm, ‘The Ambassador’ is daar een mooi voorbeeld van. Het eigenaardige relaas van een Deense journalist die zich in de Centraal Afrikaanse Republiek voordoet als diplomaat voor Liberia heeft corruptie en uitbuiting niet zozeer als onderwerp, ze vormen eerder het decor van een spannende, geestige avonturenfilm die volgens het ABC van Hollywoodscenario’s lijkt te zijn gemaakt.

En eenduidige verklaring voor de trend kan Derks niet geven. Toch zal een aantal factoren een bijdrage leveren. Handzame, betaalbare camera’s maken het medium film al langer voor meer mensen toegankelijker; gebruikersvriendelijke montagesoftware, te gebruiken op de laptop, zetten die ontwikkeling verder door.
Sociale ontwikkelingen spelen misschien ook een rol. Individualisering aan de ene kant en het enorme succes van sociale media aan de andere kant lijken prima samen te gaan: mensen laten graag iets van zichzelf zien én zijn tegelijkertijd razend nieuwsgierig naar wat andere individuen – vrienden, maar ook onbekenden – elders in de wereld uitspoken.

Daarbij valt een zekere vermoeidheid met de Grote Thema’s ook niet uit te sluiten. De Engelse ‘Four Horsemen’ bijvoorbeeld is een uitstekend gedocumenteerde film waarin diverse economen en denkers het naderend failliet van het westerse neokapitalistische model aankondigen. Wie vorig jaar ook al ‘Inside Job’, een analyse van de kredietcrisis, heeft gezien, kan er wat moedeloos van worden, van de ondoordringbare economische en politieke machten die bepalend zijn voor onze werkgelegenheid, huizenprijzen en spaarcentjes. Natuurlijk wil je als kritische burger weten hoe het zit, maar het gevoel van nietigheid en machteloosheid waarmee zulke documentaires je kunnen opzadelen is bepaald niet opwekkend.

Escapisme is misschien niet helemaal het juiste woord, maar een behoefte aan menselijke, herkenbare, begrijpelijke verhalen ligt voor de hand. Lachen om of meevoelen met andere gewone mensen geeft in tijden van crisis meer gemoedsrust en voldoening dan ingewikkelde statistieken over derivaten.
Juist een open blik van verwondering en nieuwsgierigheid, ver verwijderd van grote kwesties, politiek en actualiteit, is een krachtige factor in de documentaire, omdat die soms toegang geeft tot zulke particuliere, intieme portretjes dat ze juist weer universeel worden.

Wat een puur, primair plezier biedt een film als ‘Songs’, van de Braziliaanse Eduardo Coutinho: orale geschiedenis rond, zoals de titel al aangeeft, liedjes. Een voor een nemen op een stoeltje tegen een zwarte achtergrond mensen plaats die iets zeggen over een lied dat ze aan het hart ligt. Ze leggen uit waarom, en beginnen te zingen. ‘Esmeralda’ is een liedje dat zijn moeder altijd zong, vertelt een man. Ze deed dat tijdens haar werk: kleding maken, zoals trouwjurken. Ineens begint de man te huilen, hij snapt zelf ook niet waarom. Hij heeft juist mooie herinneringen aan die momenten.
Een vrouw die even later op de stoel zit, laat een papiertje zien waarop ooit haar jeugdliefde een liedje voor haar schreef. Decennia later denkt ze nog steeds aan hem. Ook zij huilt. Herinneringen die muziek kan oproepen, blijken een geweldige aanleiding voor levensverhalen over verloren of juist gevonden liefdes, voor ontboezemingen waar de vertellers soms zelf van staan te kijken. Welk liedje maakt mij aan het huilen, denk je onwillekeurig. Een verbluffend eenvoudige, verrassend ontroerende film.

Vooral pretentieloze eenvoud is aanstekelijk. Een aantal films in competitie heeft zo’n simpele premisse dat je soms niet alleen stiekem denkt ‘dat kan ik ook!’, maar je ook afvraagt hoe makers hun filmplan hebben weten te verkopen op basis van … ‘niks’. In ‘Outro’ volgen we een jonge Russische vrouw die binnenkort gaat sterven. De camera zit dicht op haar huid, maar legt niks uit, geeft geen voorgeschiedenis. Aan het begin weet je precies hoe de film na 45 minuten zal eindigen. Te simpel voor woorden. En toch mooi.

The Lifeguard’ is zo’n film. Welke geldschieter ziet heil in een documentaire over een strandbadmeester aan een Chileens strand? Het lijkt een onderwerp van niks. Maar regisseuse Maite Alberdi maakte er een meesterlijke film van. Mauro - zonnebril, baardje, dreadlocks - neemt zijn werk rond een uitkijkpost op het strand uitermate serieus. Streng spreekt hij de badgasten toe: niet in onderbroek op het strand, niet barbecueën. Maar zelf het water ingaan? Ho maar. Als kijker voorvoel je dat Mauro’s principes niet zo realistisch zijn. Geraffineerd werkt Alberdi naar een dramatisch hoogtepunt toe.
Ondertussen lijkt het haar vooral te doen om plaatjes die zo alledaags ogen dat je zou vergeten dat er een film in zit. Twee tienerjongens die gniffelend stiekem een biertje drinken. Iemand die achter een weggewaaide parasol aanholt.
De Facebook-generatie heeft iets herontdekt wat filmers als Bert Haanstra in ‘Bij de Beesten Af’, en Jacques Tati in ‘Les Vacances de Monsieur Hulot’ al lieten zien: het is oneindig leuk om naar mensen te kijken. Je ziet jezelf er zo tussen zitten.


© RdL
Trouw
16 november 2011