blog
« Priscilla's Palace hotelWeer op weg »

Still in Broken Hill

5

jan

2010

Ook op 2 januari – zaterdag – waren alle garages dicht. En dus zat er niks anders op dan in Broken Hill te blijven hangen en te wachten op maandag. Hopeloos, zou je zeggen, in een woestijnstadje waar iedereen een lang weekend vrij heeft genomen.

Gek genoeg komen we de tijd wel door. We rijden naar Silverton, een ghost town 30 kilometer verderop die nooit echt [18-01-10] silverton_hotel.jpgverlaten is. Het voormalige mijnstadje (ooit 3000 inwoners) maakt zo’n desolate indruk, daar in de stoffige zee van verlatenheid, dat filmmakers er Mad Max en A Town Like Alice zijn komen opnemen. Het Silverton Hotel is zo pittoresk eenzaam dat het al tientallen keren in reclamecommercials (meestal voor bier) heeft gefigureerd en daarmee weer een trekpleister is geworden voor liefhebbers van populaire cultuur.

Op de berg achter ons hotel bezoeken we de moderne sculptuur die, met de plechtigheid van een oorlogsmonument, alle mijnslachtoffers herdenkt: met naam en toenaam (en [18-01-10] flying_doctors.jpgdoodsoorzaak) worden ze opgesomd, de honderden die lokaal het leven hebben gelaten voor een van de belangrijkste pijlers onder de Australische economie.
We krijgen een ultrakorte rondleiding langs de vliegtuigjes van The Flying Doctors, door een strenge mevrouw die efficient haar verhaaltje opdreunt en zeer geërgerd kijkt bij iedere vraag die we stellen.

In het lokale, intens muf ruikende bioscoopje zien we Wes Andersons prachtig gemaakte ‘The Fantastic Mr Fox’ – met vier andere bezoekers.
We bezoeken het geologiemuseum, waar we alles leren (en snel weer vergeten) over mineralen en andere kostbaarheden in de Australische bodem.
We dineren op het balkon van het hotel tijdens een desert storm die onze borden met een dun laagje rood stof bedekt.

Ik bewonder de muurschilderingen, een paar straten verderop, [18-01-10] staking_broken_hill.jpgopgedragen aan de bloedige stakingen die mijnwerkers in Broken Hill rond de vorige eeuwwisseling organiseerden - en daarmee voor Australië de 44-urige werkweek afdwongen.
Met hoteleigenaar Dave, die in een van de mijnen werkt, rijden we een rondje en bekijken de enorme gaten in de aarde.
We bezoeken de galerie van de lokaal bewonderde, maar ook nationaal succesvolle kunstenaar Pro Hart, wiens werk ons weinig doet.

Tientallen spelletjes pesten spelen we. En pool, in de wat treurige bar van het hotel die schreeuwt om renovatie en nieuwe verf.
We eten drie keer bij Alfresco’s - niet omdat het eten zo geweldig is, maar omdat de rest dicht is.
We huren nog een dvd – de eerste 'Pink Panther', die je met de beste wil van de wereld niet grappig kunt noemen.

Kortom, we vieren vakantie – met alle hoogtepunten en intense verveling die daarbij horen.


© RdL
5 januari 2009