blog
« KurketrekkerDecoratiedruif »

Wijn voor het volk (en het milieu)

23

mrt

2009

Kan wijn produceren een politiek statement zijn? Vandaag ben ik te gast bij Banrock Station in de wijnregio Riverland. Hier lijkt alles om kwantiteit te gaan. Even wat getallen: Riverland neemt een derde van de jaarlijkse Australische wijnproduktie voor z’n rekening en zestig procent van de wijnproduktie van de staat South Australia.
Banrock Station is onderdeel van Berri Estates, Australia’s largest winery, vlakbij mijn motel (vrachtwagens rijden ook ’s nachts af en aan met de oogst), en daarmee onderdeel van Constellation Wines Australia, in volume de grootste wijnproducent van de wereld.

[24-03-09] banrock_uitzicht.jpgDat Riverland, ondanks zomertemperaturen van rond de veertig graden en de zanderige, arme grond zoveel druiven (en heel veel ander fruit) kan verbouwen, komt door de Murray River. Irrigatie is het toverwoord. Maar die waterluxe valt niet langer zomaar voor lief te nemen. Door de nu al jaren aanhoudende droogte wordt water schaarser en duurder, en de dammen die begin vorige eeuw vol enthousiasme (en hoogmoed) werden gebouwd hebben allerlei natuurlijke processen in de rivier verstoord. Dat sommige stukken land in de winter nat zijn en in de zomer juist droog staan, is al lang niet meer dagelijkse praktijk. Met allerlei ecologische gevolgen vandien: verzilting en verarming van de bodem, en de verdwijning van planten en dieren die het hier ooit goed hadden. Kortom, veel mensen maken zich zorgen over de Murray River en zijn oevers.

Je zou bijna zeggen: hoe kun je hier nog wijnen produceren als je weet dat die industrie bijdraagt aan de verslechtering [24-03-09] banrock_water.jpgvan het landschap? Het korte antwoord is simpel, legt Banrock Station wijnmaker Paul Burnett uit: omdat je ze hier, onder deze omstandigheden, voor de prijs van pakweg 10 dollar per fles kunt maken. Dat is een volstrekt gerechtvaardigd streven natuurlijk, om goed gemaakte, maar vooral betaalbare wijnen te maken: geen houten vaten maar houtsnippers, geen gecompliceerde smaken die zich nog moeten ontwikkelen maar makkelijke wegdrinkers voor bij de barbecue. Willen we dat niet allemaal?

Het lange antwoord is dat Banrock Station zich binnen de wijnmultinational juist als een voorbeeld van groene vooruitstrevendheid heeft ontwikkeld. In de wijngaarden ligt het ‘drip irrigation’ systeem (waarbij water druppelsgewijs dicht bij de stam wordt verdeeld) grotendeels onder de grond, verstopt onder compost: dat houdt de grond langer vochtig.
De etiketten zijn van gerecycled papier gemaakt en er wordt druk geëxperimenteerd met nieuwe verpakkingsmaterialen om het zware glas te vervangen. Verder, vertelt Burnett, zijn er inmiddels mediterrane druivensoorten geïntroduceerd die beter bestand zijn tegen droogte en een zoute bodem, zoals albariño en tempranillo die in het hete Spanje ook prima standhouden. “Tijdens de hittegolf die we in februari hadden, zag je de shiraz er amechtig bij staan, maar niet de tempranillo: kom maar op met die hitte!”

Zijn de druiventelers van wie Banrock Station fruit betrekt, ook zo zuinig met water? Paul: “We kunnen natuurlijk niemand dwingen, maar we moedigen ze er wel toe aan.”Maar als je bedenkt dat druivenverbouwers lang niet zulke grote winsten maken als de wijnproducenten, dan kun je je afvragen of zij wel kunnen investeren in slimme irrigatiesystemen. “Water wordt steeds duurder, dus het zal toch die kant opgaan”, aldus Paul.

[24-03-09] banrock_terras.jpgToen de druivenvelden in 1994 in handen kwamen van Hardy’s was de opzet van Banrock Station niet alleen een ‘groen’ wijnbedrijf te maken, maar ook een milieuproject. Dat laatste deel is inmiddels misschien wel het grootste succesverhaal. Het Wine & Wetland Centre, waarin wijn en eco-informatie op een aangename manier samenkomen, is een slim ontworpen gebouw met een fantastisch terras waar bezoekers kunnen hangen voor of na een wandeling over de houten steigers door de wetlands. Wetlands zijn die stukken land langs de rivier die onder natuurlijke omstandigheden bij overstromingen onder water komen staan en in andere tijden droog vallen. Door alle dammen en sluizen waren veel van die landjes veranderd in óf permanent natte óf droge gebieden. Banrock Station heeft ervoor gezorgd dat de wetlands weer zijn wat ze waren door Murray-water twee keer per jaar zo te sturen dat er nu weer natte en droge seizoenen zijn.

[24-03-09] banrock_steiger.jpgIk heb zo’n idee dat Tony Sharley, manager van het W & W Centre, weinig dingen leuker vindt dan over het Banrock terrein scharrelen dat is omheind om vossen en katachtigen te weren en andere dieren te beschermen. We rijden een stuk in zijn 4x4, bespreken de honderden jaren oude eucalyptusbomen, gaan op zoek naar schelpenfossielen uit de tijd dat de oceaanspiegel een stuk hoger stond, zien een handvol kangaroes weghoppen, wandelen over de steigers en bekijken eenden en andere vogels waarvan ik de naam onmiddellijk heb vergeten. En o ja, we zien ook een slang in hoog gras. Nou ja, Tony, want ik keek natuurlijk weer net de andere kant op. Het ziet er allemaal geweldig uit, het is een prachtig stuk natuur.

[24-03-09] berri_fabriek.jpgMaar hoe rijmt al die groene inzet zich met een bedrijf dat jaarlijks miljoenen liters wijn maakt – als je de ‘wijnstad’ die Berri Estates wel lijkt, ziet, dan vraag je je onmiddellijk af hoe het zit met de ecologische voetstap van deze industrie. “Juist het feit dat het wijnbedrijf afhankelijk is van de Murray River, maakt dat mensen zich realiseren dat je dat landschap moet koesteren en ervoor moet zorgen dat de rivier gezonder wordt en blijft”, antwoordt Tony. Is Banrock Station niet gewoon een groen vlaggeschip? Jawel, zegt Tony, maar ook een voorbeeld: voor groene initiatieven die Banrock toepast is bij andere wijnlabels binnen het concern nu ook interesse.
Maar al die vogeltjes, slakken, ratten, bloemetjes, vlinders, mossels, vissen, vleermuizen, bilbies (konijnachtige [24-03-09] banrock_riet.jpgbuideldieren), gecko’s en slangen die hier nu weer te vinden zijn, daar geven de aandeelhouders en investeerders toch geen moer om? Vooruit, geeft Tony toe: er moet wel geld worden verdiend.

Voorlopig lijkt dat wel goed te zitten. De Banrock Station wijnen verkopen prima – en met de aankoop van een fles geef je een deel van je geld rechtstreeks aan de wetlands. Het wetlands project is zo succesvol dat het al diverse onderscheidingen heeft gekregen, waaronder een toelage van de Australische overheid voor ecotoerisme. Banrock Station is zelfs internationaal een begrip: een paar jaar geleden was Tony Sharley in Nederland bij de opening van de ‘Banrock Marshes’, een natuurherstelproject in nationaal park De Weerribben dat met een Banrock donatie van de grond is gekomen.

En de Banrock Station wijnen? De zogeheten ‘instapwijnen’ die Paul Burnett me inschenkt, de Moscato en Cabernet Crimson, allebei redelijk zoet en met een laag alcoholgehalte, hoeven van mij niet: is het niet omdat ik al lang geleden ben ‘ingestapt’, dan is het omdat ik niet zo in dit soort marketing gimmicks geloof. De Chardonnay is me iets te zwaar, de Shiraz begint lekker, maar vervliegt nogal snel, de Cabernet – Shiraz blend daarentegen vind ik lekker stevig en vol. Maar het meest enthousiast ben ik over de frisse Albariño en Vermentino: fruitige, fijne, plezierige witte wijnen. Vrij nieuw in het Banrock assortiment en dus nog niet in enorme hoeveelheden gemaakt. Maar dat gaat veranderen, voorspelt Paul me.

Alles is nu eenmaal groot in Riverland.


© RdL
maart 2009