« Wijn op zolderParis Tasting: Frankrijk van z'n voetstuk »

EURO-FLEXIBILITEIT

25

jun

2018

In Amsterdam zijn er plekken waar je geen Nederlands meer hoort. Net als in andere Europese steden stikt het hier van de expats. Sommigen van hen komen uitgerekend in ons kikkerlandje, waar je moet zoeken naar een druivenstok, op het idee om zich in wijn te verdiepen. Zo komen ze bij mijn wijncursussen terecht.

De Engelstalige lessen zijn een soort Eurotop voor wijn: Turkije, Belarus, Zwitserland, Roemenië, Portugal, Zweden, Duitsland, Denemarken, Slowakije, ineens zitten ze gemoedelijk naast elkaar in mijn klasje. Dat vergt van mij als juf een zekere Euro-flexibiliteit.
Op de eerste rij zit een Russische die bij de eerste les meteen toegeeft: ze houdt vooral van bier. Wat ik ook inschenk, hoeveel mooie proefnotities er ook door het lokaal klinken, regelmatig zie ik haar in gedachten even afdwalen naar iets veel lekkerders: wit schuim.

Achter haar zit een vrolijke, hoewel onverstaanbaar Engels sprekende Spanjaard die welwillend het ene glas na het andere proeft. Maar in de meeste gevallen constateert hij, een tikje teleurgesteld: ‘tja, Spaans is het niet’. Er is een man uit Ijsland, een land met een rijke geschiedenis aan drankverboden. Waar hij zijn ervaring vandaan haalt, ik weet het niet, maar wijn proeft hij uitstekend.

En ik heb een Française, notabene afkomstig uit Bordeaux, die niets van wijn weet. Maar dan ook niets. Dat is een probleem, vertelt ze. ‘In een restaurant krijg ik altijd de wijnkaart toegeschoven. Want ja, ik ben Frans.’ Die gedachte herken ik: als Nederlander denk je altijd dat wie opgroeit in een klassiek wijnland, kennis over wijn vanzelf meekrijgt. Niets is minder waar.

Neem de Italianen. Het zijn er twee, ze zitten altijd naast elkaar en bespreken, terwijl andere studenten braaf stilletjes proefnotities schrijven, iedere wijn met elkaar - hardop in het Italiaans. Bij de les Italië zitten ze extra vroeg in het lokaal, en kijken trots om zich heen. ‘Aaah, I smell home!’ roept de ene, zijn neus in een glas Rosso di Montepulciano. Heel goed, de blind ingeschonken wijn heeft hij onmiddellijk herkend als Toscaans.
Maar waar ligt Gavi? Wat is lagrein? Ze hebben er nog nooit van gehoord. Terwijl de ene googlet, volgt de ander onder tafel op zijn mobieltje een belangrijke wedstrijd van AS Roma.

Ze zijn een handvol. En ze stelen mijn hart. De Toscaan komt op een avond binnen met een literfles donkergroene olijfolie. Voor mij. Zelfgeperst in zijn boomgaard in Italië. Kijk, dat zie ik een Nederlander niet doen.


© RdL
De Morgen/VINO (België)
juni 2018