« de zin en onzin van vin naturel

KERSTSTRESS: FEESTELIJKE WIJN

1

dec

2018

Stress voor decemberborrels, kerstdiners en eindejaarsfuifjes? Begrijpelijk, maar niet nodig. Zorg dat je een basispakket wijn in huis hebt en je kunt gasten ontvangen én feestelijke presentjes weggeven.

Kadootjes kopen, huis versieren, menu’s bedenken: de laatste weken van het jaar zijn vaak een drukke tijd. Halsoverkop naar de wijnhandel hollen is dan het laatste wat je wilt.
Vier vuistregels om te zorgen dat je leuk voor de dag komt, of je nu mensen over de vloer hebt of zelf te gast bent.

1. In een koelkast horen bubbels te liggen
Nederlanders hebben de neiging om te denken: we wachten op een speciale gelegenheid om een fles bubbels open te maken. Draai het om! Een samenzijn, klein of groot, wordt ogenblikkelijk speciaal zodra er een kurk de lucht in gaat.
Champagne is natuurlijk het allerfeestelijkst. Onthaal je gasten met oesters of andere schaal- en schelpdieren? Kies dan een lekker droog exemplaar met ‘extra brut’ of ‘brut nature’ op het etiket. Feestelijk knallen en lekker proosten? Dan is ‘brut’ vaak een prima keuze.

Minder kostbaar, wel lekker en ook vol jubelende belletjes zijn Frankrijks crémants: op dezelfde manier geproduceerd als champagne, maar afkomstig uit andere wijnstreken en gemaakt van andere druiven. Crémant de Loire, vooral die uit Saumur, is lekker strakfris en groeneappelig, terwijl je in Crémant d’Alsace rijper, ronder fruit mag verwachten. Zorg voor mooie glazen en het feest kan losbarsten.

2. Houd het soepel
Organiseer je een borrel met kleine hapjes, kies dan vriendelijke, niet al te zware wijnen en houd rekening met het tijdstip. Serveer je om vijf uur een ambitieuze Bordeaux met een knabbelnoot ernaast dan zullen je gasten snel door hun hoeven zakken. Op zo’n moment maak je mensen eerder blij met een frisse sauvignon blanc of chenin blanc uit de Loire, een rode Côtes du Rhône of een zachtmoedige Beaujolais zoals Fleurie of Juliénas. Met fruitigheid en souplesse houd je mensen die staand genieten van een glas, langer op de been.

Ook niet onbelangrijk: serveer dit soort rode wijnen gerust een beetje koel, daarmee houd je dat frisfruitige vast. Zet je voorraad vooraf gewoon een uurtje in de koelkast, of, misschien makkelijker: op het balkon of in de tuin. Zolang het niet vriest natuurlijk.
Later op de avond is iets meer body in een wijn wel fijn. Een borrel mag best verschillende wijnen omvatten. Met sappige witte Lirac of Côtes du Rhône, een zachte rode Languedoc-blend van syrah en grenache heb je een mond vol wijn zonder felle zuren of harde tannines.

3. Lekker juist, tannines! Op z’n tijd
Een winterdiner met volle smaken: daar mag best een stevige wijn naast. De tannines van wijnen uit Bordeaux, de noordelijke Rhône, Madiran of Malbec zijn een fijne tegenhanger van wild, linzen, geroosterde pompoen en andere winterkost. De wat ruwe randjes van zulke wijnen vormen een perfect ‘bruggetje’ naar de hartige smaken op je bord.

Is die ruwheid je toch een beetje te gortig, schenk de wijn dan over in een karaf. De zuurstof die er zo bij komt, doet in korte tijd wat anders tijd in de kelder zou doen: de wijn zachter maken. Ook een heel mooi gezicht op tafel, trouwens.
Pinot noir uit de Bourgogne, met z’n heerlijke samenspel van rood fruit en aardsheid, is een gouden greep bij gerechten met paddestoelen of licht vlees.

Had je een vis met veel smaak of romige saus in gedachten, dan kun je op zoek gaan naar witte Bourgogne (bijvoorbeeld uit de Mâcon) of de onvolprezen, overheerlijke witte Cassis, het piepkleine wijngebiedje aan de kust van de Provence. Volle, expressieve witte wijnen die zich niet door winters eten aan de kant laten duwen.

4. Sluit af in stijl
De hedendaagse wijndrinker houdt van droog, en dat maakt van dessertwijnen ondergeschoven kindjes. Jammer, want op het juiste moment geserveerd kunnen ze schitteren. Serveer je aan het eind van een diner een mooi kaasplankje, schenk er dan eens een zoete muskaatwijn bij. Sauternes, de in zoet gespecialiseerde gemeente in Bordeaux, is de beroemdste. Hier worden de druiven in het najaar aangetast door een schimmel, edelrot genaamd, waardoor ze veel vocht verliezen en superzoet worden.

Ook in Languedoc-Roussillon wordt zoete wijn gemaakt: vin doux naturel, zoals Muscat de Frontignan of Muscat de Mireval. Lekker bij taart met fruit. De wijnmaker voegt tijdens de vergisting alcohol toe, waardoor het proces stopt en de natuurlijke suikers van de druiven behouden blijven. Op dezelfde wijze wordt Banyuls uit Roussillon gemaakt, van de rode grenachedruif. Deze spannende rode zoete wijn geurt lekker naar kersenbonbons en vráágt om een chocoladedessert.
Een klein glaasje dessertwijn is snel meer dan genoeg: het gaat om de heerlijke combinatie van smaken om een etentje af te sluiten.

Dan nog dit:
Altijd handig om extra goede glazen in de berging of op zolder te hebben voor grotere gezelschappen. Met een mix van glazen voor wit, rood en bubbels kun je alle kanten op.

Sla wijnen een beetje ruim in: bij aankoop van een doos krijg je al snel korting en zo kun je nog eens uitdelen. Een strik om de wijn die je zelf graag drinkt en je hebt een mooi, persoonlijk kadootje.


© RdL

Leven in Frankrijk
#1 winter 2018/2019