« Rhône: M. ChapoutierKerstwijn »

OP STAP IN DE RHôNE

10

mei

2016

Van de wijnen hield ik al, maar oh wat is het leuk om in de Rhône te zijn en ze terplekke te proeven. Vier dagen heb ik uitgetrokken voor alleen de noordelijke Rhône. Condrieu, (Crozes) Hermitage, Côte Rôtie, Saint-Joseph: het mogen klinkende namen zijn, dit deel produceert slechts zo’n 5% van het Rhône-totaal: het zuidelijke deel maakt de grote hoeveelheden.

Wanneer je op de westelijke oever van de rivier, net buiten Ampuis op een rotsige, steile graniethelling staat te wiebelen, snap je hoe dat komt: de wijngaarden hier zijn klein, aangelegd op smalle terrassen, en alleen per voet bereikbaar. Allemaal handwerk dus. Stenen muurtjes, onderbroken door trappetjes, houden dit fraaie landschap op hun plek – en vergen op hun beurt veel onderhoud. Goedkope wijnen zul je hier niet vinden.

[28-06-16] helling_cote_rotie_klein.jpgHier staan syrah en viognier aangeplant, die langs enkele of dubbele stokken worden geleid om ze bescherming te geven tegen de mistral, de harde wind die door het dal waait.

In Côte Rotie worden de twee druiven doorgaans vermengd: tot 20% viognier mag je al tijdens de vergisting toevoegen aan syrah. Waarom zou je?
‘Ik hou van tannines, en van extractie,’ legt Guy Sarton de Jonchay uit. Hij is de wijnmaker van Vidal-Fleury, een van de grotere bedrijven in de noordelijke Rhône.

Om te zorgen dat zijn wijnen toch zacht zijn tegen de tijd dat ze in het glas belanden, brengt hij ze pas na vier jaar op de markt. En hij voegt tot zo’n 15% viognier toe: de zwoele witte druif heeft een fijn effect op het aroma en de rondingen van de wijn. Zijn wijn uit 2010 is flink stevig, met wat ruwe randjes die naar het einde mooi zacht worden.

Sommigen gebruiken veel minder. Xavier Gérard, een jonge wijnmaker die juist het bedrijf van zijn vader heeft overgenomen, houdt het liever op 3%: ‘viognier zorgt voor wat ‘vet’, maar ik houd [28-06-16] druivenstok_condrieu_klein.jpghet graag subtiel.’ Hij maakt zijn wijnen dan ook in een toegankelijker stijl: de Côte Rotie uit 2015 die we uit het vat proeven is nu al behoorlijk zacht.

Viognier mag een beleefde bijrol spelen in Côte Rotie, de druif is de ster van de kleine appellatie ernaast: Condrieu. Maar makkelijk is het niet, om van viognier een mooie wijn te maken, bezweren de wijnmakers me: pluk je te vroeg dan loop je de molligheid van de druif mis, wacht je tot ze heel rijp zijn dan krijg je een logge dikke wijn.

Wat oudere stokken met een lage opbrengst, op een arme bodem, plus een oplettende wijnmaker, dat is de gouden combinatie. In Serrières proef ik een aantal geweldige Condrieus. Frédéric Boissonnet schenkt in zijn pretentieloos ingerichte kelder wijnen in die tegelijkertijd mollig én elegant zijn, rijp geel fruit én kruidigheid en subtiele zuren hebben, abrikozen én amandel.

Op zijn 2010 Condrieu wordt ik op slag verliefd: honing, acacia, kamille, een zweem jodium en fijne zuren naar het einde. Ik koop één fles, en twijfel: moet ik het nou betreuren, of blij zijn dat ik met de trein, en niet met de auto ben gekomen?

[28-06-16] uitzicht_vanaf_condrieu_klein.jpg




© RdL
Wijninstituut blog
10 mei 2016