« Your Name ***Oh baby *** »

JUPTIER'S MOON ****

2

nov

2017

De Hongaarse film ‘Jupiter’s Moon’ opent met beelden die we van de actualiteit kennen: een groepje bange mensen in een vrachtwagen en vervolgens in een bootje. Het bootje slaat om. Nog meer paniek. Dan wordt er op de mensen geschoten door politie. Een jongeman die pijlsnel kan rennen wordt doorzeefd. Maar even later stijgt hij op. Hij spreidt zijn armen en hop, boven het bos zweeft hij weg.
Zie hier in het kort de tegenstelling van twee werelden die de Hongaarse Kornél Mundruczó tegenover elkaar zet in dit intrigerende sprookje. De jongen, Aryan (Zsombor Jéger), is een vluchteling uit Syrië, een weinig spraakzame figuur die zich geen raad weet op Europese bodem. Daar, in een land dat een berucht moeizame relatie heeft met nieuwkomers, wordt hij onder de hoede genomen door een arts. Niet het type een en al geduldige medemenselijkheid. Stern (Merab Ninidze) is een rokende, drinkende cynicus die zich stug een weg baant door het leven. Of hij nu door de gangen loopt van een ziekenhuis, of door een omheind kamp vol radeloze vluchtelingen: hij stopt alleen even wanneer hem een stapeltje bankbiljetten in de hand wordt gedrukt.
Met de voortreffelijk dynamische camera van Marcell Rév, die kan racen, vliegen en tuimelen, creëert Mundruczó een soort metaforische spiegel voor Europa, het continent dat kreunt onder immigrantenstromen maar ondertussen misschien vooral met zichzelf bezig is.
Dat de dokter zich ontfermt over de buitenlander heeft weinig te maken met gastvrijheid of mededogen. Aryan, een gedienstige jongen die gek is op frietjes maar verder weinig verlangt en op commando de lucht in gaat, betekent inkomsten. Voor een engel, een mirakel, of zo je wilt een Christusfiguur, willen mensen graag betalen. Vooral zieke mensen. Aryan lijkt vele naar binnen gekeerde stedelingen voor het eerst in lange tijd weer eens te laten ópkijken.
De filmmaker die in Cannes een Gouden Palm-nominatie kreeg (nadat hij voor zijn eerdere ‘White God’ de festivalonderscheiding daadwerkelijk had gekregen) lijkt een venijnig politiek pamflet te maken. Maar daarvoor is ‘Jupiter’s Moon’ te grillig, te rusteloos en in filmthermen te wijdlopig. De film zwenkt heen en weer tussen sociaal drama, thriller (met een adembenemende achtervolging door de straten van Boedapest), en een vleugje science fiction.
Alles lijkt zelfs even tot stilstand te komen voor een heerlijk absurdistische scène waarin Aryan het appartement van een zwaar getatoeëerde neonazi om z’n eigen as laat rondtollen. Voortreffelijk uitgevoerd, ook een beetje op zichzelf staand.
Een duidelijke, kernachtige boodschap heeft Mundruczó met zijn mysterieuze verhaal uiteindelijk niet. Maar toch: gaandeweg lijkt de arts, in Aryans gezelschap, zijn leven schoorvoetend te beteren. Misschien is dat genoeg.

Jupiter’s Moon
Regie: Kornél Mundruczó
Met Merab Ninidze, Zsombor Jéger, György Cserhalmi



© RdL
Trouw
2 november 2017