ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« The Man who Knew Infinity **Ghostbusters *** »

MICHAEL DUDOK DE WIT OVER THE RED TURTLE

7

jul

2016

Op z’n sokken, benen opgekruld, zit animator Michael Dudok de Wit in een Amsterdamse hotelkamer. De aandacht is groot voor zijn eerste lange film, ‘The Red Turtle’, in Cannes enthousiast onthaald en bekroond. Dudok de Wit (1953, Abcoude), al lang woonachtig in Engeland, lijkt het wel gezellig te vinden, dagenlang praten over zijn film. Begrijpelijk: hij werkte er tien jaar aan.

Een man strandt op een tropisch eiland en wil weg. Weg! Totdat hij een rode schildpad tegenkomt. De Japans-Franse coproduktie is minder een survivalavontuur dan een filosofische, levenswijze, melancholieke film die, net als Dudok de Wits bejubelde korte ‘Father and Daughter’ diep emotioneel raakt. Vanaf het eerste beeld. [08-07-16] red_turtle_1.jpg ‘Zonder valse bescheidenheid: ja, dat is mijn techniek. Ik wil een toeschouwer meteen emotioneel het verhaal intrekken.’ Dudok de Wit spreekt bedachtzaam en zeer keurig Nederlands. ‘De film begint met een eenzame man in hoge golven: whoa! Emotioneel ben je er meteen bij. Animatie heeft iets directs: je kunt stileren, weglaten, en snel naar de essentie gaan. De toeschouwer weet dat álles mogelijk is, en is bereid met je mee te gaan. Als maker moet je voorzichtig met die vrijheid omgaan.

Doelt u op de sobere stijl van de film? Op het eiland bent u zich niet te buiten gegaan aan exotisme.
‘Ik wilde het eiland niet sentimenteel maken met lieve diertjes, daar zijn de Disneymensen beter in. Ter voorbereiding ben ik naar de Seychellen gegaan; de hemel is er vaak grijs, er zijn vreselijke muggen en vliegen, en vissen die steken wanneer je erop trapt, zo erg dat je je been wilt laten amputeren. Een tropisch eiland is geen paradijs.’

[08-07-16] dudok_de_wit_klein.jpgEen speciale rol is weggelegd voor een groepje krabbetjes, dat als een piepklein Grieks koor alles becommentarieert.
‘Krabbetjes zijn schattig en eng tegelijk, dat vind ik interessant. Zij tonen de cirkel van het leven: eten en gegeten worden, de alledaagsheid van de dood. Én ze zorgen voor comic relief. Schildpadden, ook interessant: mysterieus en vredig. Maar het is een hard reptiel, met een bek en vrij kwade ogen. Geen knuffeldier.’

De film is nogal kuis en deed me - sorry hoor - soms denken aan ‘The Blue Lagoon’: geen borst of bil in beeld.
‘Dat is mijn smaak. Logisch is het niet nee: ik zou naakt rondlopen en al helemaal niet met een leren broek gaan zwemmen, haha. We hebben het er uitgebreid over gehad. De Japanners zeiden: wanneer de man en vrouw onderwater naar elkaar toe zwemmen is het mooi als ze bloot zijn. Helemaal mee eens. Maar, zelfs al zijn ze klein in beeld, het zou afleiden En, praktisch: als ze in die scène bloot zijn, waarom zouden ze dan even later weer kleren aan hebben? Dan maar consequent. Je moet als animator een heel goede smaak hebben om het overtuigend te doen. Getekend naakt wordt snel gek, of een cliché, een vrouw met grote borsten enzo.’

Animatie mag door digitalisering een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt, het blijft een traag proces, vertelt Dudok de Wit. Waar zit ‘m al die tijd in?
‘Ik heb veel tijd besteed aan de ontwikkeling van het verhaal, met potloodtekeningen die worden gescand, dan krijg je een soort langzame film. Die fase moet je zorgvuldig doen, want die is niet zo duur: ik werkte in mijn eentje. Vervolgens kwam de groep van twintig animators erbij, dan kost iedere verandering veel geld. We streefden naar drie seconden per dag afleveren. Dat is snel, ik ben 1 à 2 seconden gewend. Tja, animatie is een extreem beroep.’
[08-07-16] red_turtle_2.jpg



© RdL
Trouw
7 juli 2016