ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« De Verdediging van Robert MSletvrees »

JACOB DERWIG OVER HET DINER

4

nov

2013

Thuis mogen dan al twee Gouden Kalveren staan, Jacob Derwig was tot voor kort meer een man van het theater dan een typische filmacteur. Met zijn hoofdrol in ‘Het Diner’ komt daar definitief verandering in.

In de verfilming van Herman Kochs gelijknamige roman speelt Derwig de ik-persoon van het verhaal, Paul Lohman, die ontdekt dat zijn tienerzoon en neefje iets afgrijselijks hebben gedaan. In een trendy Amsterdams restaurant komen Paul, zijn broer Serge en hun echtgenotes tijdens een diner bij elkaar om de gevolgen van het voorval te bespreken.

Nee, Kochs boek, een bestseller van jewelste en inmiddels in 33 talen vertaald, had Derwig (1969) niet gelezen. De Nederlandse, voornamelijk in Amerika werkzame scenarioschrijver-regisseur Menno Meyes, kende hij ook niet. Bij de auditie maakten de twee kennis en dat was meteen leuk, zegt Derwig, die vervolgens ‘als een gek’ het boek ging lezen.

Misschien nog leuker was de kennismaking met zijn personage. “Paul is een vervelende man. Dat is leuk om te spelen, want je moet hem toch toegankelijk houden voor het publiek. Wordt hij té vervelend dan wil niemand meer kijken. Maar ik begreep hem ook. Hij windt zich op over dingen waar jij en ik ons ook over opwinden – zij het niet in de mate waarin hij zich laat gaan.”

Paul en zijn vrouw Claire hebben nauwelijks plaatsgenomen in het restaurant met nuffig personeel en riant uitzicht op nachtelijk Amsterdam, of de ergernissen stapelen zich al op. De kleding van de gerant (Paul: “een groen pak! waar sláát dat op!”), de Griekse olijven, afgemaakt met rozemarijn (“afgemaakt?!”).
“Zijn stressmetertje zit meteen ver in het rood”, lacht Derwig. “Deze man lijkt op veel mannen die ik in het theater heb gespeeld. Ik noem hem wel dostojevskiaans: hij gaat regelrecht de ondergang tegemoet en hij wéét dat die ondergang er is. Maar toch, door zijn eigen ijdelheid ziet hij het ziet. Terwijl wij als omstanders denken: zeg dat nou níet, doe dat nou níet!”

Derwig, getrouwd met actrice-scenarioschrijfster (en tegenspeelster in de film) Kim van Kooten en vader van twee kinderen, zag de morele nachtmerrie van de vier ouders helemaal voor zich.
“Hun dilemma is vreselijk, ze móeten iets doen. Ik kon niet anders dan mezelf de vraag stellen: wat zou ík doen? Ik ben van de ene naar de andere kant geslingerd, maar uiteindelijk heb ik een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het zou mij veel moeite kosten zo’n zaak niet te regelen zoals het hoort. Mijn moeder is kinderrechter geweest, misschien komt daar mijn gevoel voor gerechtigheid en justitieel belang vandaan. Zo’n zaak in de doofpot stoppen zou niet goed zijn voor mijn kind of mijn gezin. Maar goed, er komen goede argumenten langs om dat wel te doen. Dat maakt het boek zo sterk.”

De innerlijke monoloog van het boek heeft Meyjes omgezet naar het filmische equivalent: de voice over. Niet origineel misschien, wel effectief. Paul Lohman is het type man dat binnenshoofds allerlei soms ronduit kille observaties over zijn omgeving verwoordt. Over zijn broer bijvoorbeeld, een politicus die binnenkort minister president kan worden: “Vroeger had hij niet zo’n krachtige handdruk, maar de afgelopen jaren had hij zich aangeleerd dat hij ‘de mensen in het land’ met een krachtige handdruk tegemoet moest treden - dat ze in elk geval nooit op een slap handje zouden stemmen.”
De rol van droge, soms sardonische commentator past perfect bij Derwig. In het theater mag hij in stukken als ‘Opening Night’ of ‘Kinderen van de Zon’ verbale rollen hebben gespeeld, voor de camera is de acteur met zijn zachte stem op z’n best in rollen van wat stillere, beschouwende mannen. Niet de gangmakers, maar de mannen die net naast het centrum van de actie hun eigen gang gaan.

Derwig viel bij een groot publiek op als de luisterende, ‘hm mm’-ende therapeut in de televisieserie ‘In Therapie’. Zijn eerste Gouden Kalf kreeg hij voor ‘Zus & Zo’ (2002), waarin hij het broertje was van drie tetterende, allesoverschaduwende zussen. De tweede ontving hij voor ‘Alles is Familie’ (2012), waarin hij een verlegen weduwnaar speelde die zich tussen pinguins misschien meer op z’n gemak voelt dan tussen mensen.
In de televisieserie ‘Doris’, sinds kort te zien op Net 5, is hij de bedachtzame, misschien iets te kalme huisvriend van het stressende titelpersonage (gespeeld door Tjitske Reidinga).

Vorig jaar nam Derwig afscheid van Toneelgroep Amsterdam, het theatergezelschap waar hij sinds 2005 aan verbonden was. “Ik speelde zoveel dat ik vaak nee moest zeggen tegen mooie dingen die op mijn pad kwamen. Dat leverde frictie op, het moest anders. Voor ‘Het Diner’ ben ik zelfs eerder weggegaan dan misschien beleefd was. Maar ik wilde deze film zo graag doen. En ik wilde mijn agenda eens zelf bepalen.”

De stap betekent natuurlijk niet dat Derwig de theaterwereld verlaat. Begin volgend jaar staat hij in een nieuwe bewerking van Edward Albee’s klassieker ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf?’ Het theater is de plek waar Derwig professioneel opgroeide – en vanaf het begin opviel. In 1998 werd hij genomineerd voor een Louis d’Or voor zijn ‘Hamlet’ van De Trust. In 2008 kreeg Derwig van Pierre Bokma de Paul Steenbergen-penning doorgegeven.

“Natuurlijk wil ik die zo lang mogelijk houden, maar het moet niet gênant worden, dat mensen zeggen: tjeses, heeft ie ‘m nou nog? Pierre heeft ‘m zeven jaar gehouden, en diens voorganger, Willem Nijholt, was vergeten dat ie ‘m had. Ja, het wordt wel eens tijd dat ik de penning overdraag, maar ik weet echt nog niet aan wie. Eén naam die de laatste jaren in mijn hoofd rondgonsde was Jeroen Willems. Ik had hem de penning heel graag gegeven.”

Wat nieuwe films betreft heeft Derwig wel een wens. De aankondiging dat ‘Het Diner’ ook een Engelstalige verfilming zal krijgen, onder regie van actrice Cate Blanchett, was voor Derwig aanleiding voor een tweet: ‘Ik hoop dat ik een belletje krijg van Cate. Ik speel graag mee.’
“Het Diner hebben we in twintig dagen opgenomen, dat is weinig tijd. We hebben veel plezier gehad en ik vind dat Menno goede, brutale keuzes heeft gemaakt. Maar zo’n grote Amerikaanse film, waarbij je de restaurantscènes niet in zeven dagen draait maar in zevenentwintig…ja, dat zou ik wel eens willen meemaken.”

‘Het Diner’ gaat vanavond feestelijk in première en is vanaf donderdag in de bioscopen te zien.


© RdL
Trouw
4 november 2012