ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« The Brave OneHet Sideways Effect »

CHINA BLUE

28

sep

2007

Spijkerbroeken, speelgoed, kermisprijsjes, je kunt ze eigenlijk niet meer onbezorgd mee naar huis nemen. Onder westerse consumenten is de laatste jaren het besef gegroeid dat produkten waarmee zij mooie sier maken, soms aan de andere kant van de wereld onder barre omstandigheden zijn gemaakt.

‘China Blue’ is een van de films die bijdraagt aan dat toenemende besef. In de film maken we kennis met Jasmine, een zestienjarig boerenmeisje dat na een reis van twee dagen en twee nachten in Kanton, het zuiden van China aankomt. Daar vindt ze werk als draadjesknipster in de spijkerbroekenfabriek van Mr. Lam, een moderne entrepeneur met glimmende auto en mobieltje, die er prat op gaat altijd op tijd te leveren: al moet er ’s nachts worden doorgewerkt, bestelde jeans gaan op het afgesproken tijdstip richting Australië, Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.
“Ik weet zeker dat mijn ouders teleurgesteld waren met een tweede meisje. Nu kan ik mijn familie helpen”, zegt Jasmine dankbaar. Ze verdient zo’n 6 dollarcent per uur. Hoewel, de eerste maand verdient ze niets: een handige tactiek van de bedrijfsleiding om werknemers aan zich te binden.

De Israelische regisseur Micha X. Peled kreeg met zijn camera opmerkelijk ruime toegang tot de dagelijkse praktijk in de fabriek. Tientallen jongeren (veelal meisjes) zitten achter naaimachines, knippen lapjes, zetten ritsen vast, strijken en vouwen blauwe broeken. Mr. Lam houdt ondertussen via verschillende camera’s in het gebouw alles goed in de gaten, of wandelt hoogstpersoonlijk over de werkvloer.
Peled mocht zo vrijelijk rondkijken omdat hij Mr. Lam had voorgehouden dat de film over hém zou gaan, een portret van een zakenman in het nieuwe China, zo vertelt de filmmaker in een bijgevoegd interview op de dvd. Vandaar waarschijnlijk dat we Mr. Lam copieus zien dineren met zakenrelaties.

Wat als een optimistische schets van een plattelander in de moderne Chinese economie begint wordt allengs wranger. Met inspecties door vertegenwoordigers van westerse afnemers wordt gesjoemeld, zo beweren betrokkenen, en arbeiders wordt precies verteld wat ze tegen bezoekers moeten vertellen. Meisjes van veertien werken met vervalste identiteitspapieren en arbeidsters vallen tijdens de pauze in slaap tussen de stápels broeken (200.000 per maand), uitgeput van werkdagen die soms oplopen tot 20 uur. Vakbonden zijn verboden. Wie zich organiseert of verzet tegen de werkdruk of het uitstel van salaris loopt het risico te worden ontslagen: er zijn immers genoeg jonge boerenhanden die het werk kunnen overnemen.

Deze misstanden, gezien door de ogen van een tiener die voor het eerst lange tijd van huis is maken indruk, en leverden regisseur Peled in 2005 op het International Documentary Filmfestival Amsterdam de Amnesty International DOEN Award op. Tegelijkertijd kun je je moeilijk aan de indruk onttrekken dat Jasmine, met haar levendige fantasie en schrijflust, in de industrie waarschijnlijk een betere toekomst opbouwt dan ze in haar geboortedorp zou hebben gekund. Haar idee om een briefje in een broek te verstoppen voor de latere koper, ergens ver weg, zegt niet alleen iets over haar gevoel voor humor, maar ook over haar nieuwe kritische geest.

‘China Blue’ geeft je als westerse kijker hoe dan ook een ongemakkelijk gevoel: hup, die spijkerbroek uit! Maar heeft Jasmine daar iets aan? Wat moeten we denken van de massale textielverwerking in China waar deze jonge meiden ontelbare onderbetaalde overuren maken? Is dit neokolonialisme, moderne slavernij? Een onvermijdelijk aspect van industrialisatie, of een zegen voor China, dat in korte tijd juist door de internationale vrijhandel enorme economische sprongen vooruit heeft gemaakt? Er zijn verschillende manieren om er tegenaan te kijken.

Peled, die eerder een documentaire maakte over de strijd tussen de immense Amerikaanse winkelketen Wal-Mart en kleine ondernemingen (‘Store Wars: When Wal-Mart Comes to Town’), is duidelijk in zijn standpunt: “We gaan ervan uit dat we in democratische landen leven waar we over belangwekkende onderwerpen stemmen. Maar ondertussen gebeurt er van alles in de zakenwereld waar wij direct mee te maken hebben, maar waarover we niets te zeggen hebben.”
Daar heeft hij een goed punt. Áls er iets gaat veranderen dan zal dat hoogstwaarschijnlijk pas gebeuren wanneer de grote spijkerbroekenmerken scherper toezien op de arbeidsomstandigheden waaronder hun artikelen tot stand komen. Díe doen dat vast pas wanneer ofwel het arbeidersverzet groeit ofwel het gemor onder hun klanten aanzwelt. En voor die klanten is ‘China Blue’ bedoeld.

Movies that Matter DVD box #2
China Blue

©RdL
Trouw
28 september 2007