ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« Horror in HollandThe District/Nyocker! »

DANA NECHUSHTAN OVER NACHTRIT

4

okt

2006

Met de film ‘Nachtrit’ giet regisseuse Dana Nechushtan (1970) de Amsterdamse ‘taxi-oorlog’ in een verstikkend persoonlijk drama over een chauffeur die zich bij penose diep in de schulden steekt voor een taxivergunning.

Dacht je bij het nieuws over de taxi-rellen, zo’n zes jaar geleden, meteen: hier zit een film in?
Nee, niet direct. Ik was vooral verbaasd dat mensen die twee weken eerder nog collega’s waren, elkaar nu te lijf gingen. Het leek zo on-Nederlands. De maffia was hier nooit zo zichtbaar geweest, wonderbaarlijk wat er toen aan het licht kwam. Inmiddels weten we hoe wijdvertakt het criminele circuit is, met al die liquidaties in de stad. Pas later ben ik met scenarioschrijver Franky Ribbens in de taxiwereld gedoken om te kijken of er een verhaal in zat.

Als je op zoek gaat naar een acteur die een morsige, niet al te slimme goedzak van een taxichauffeur moet spelen, kom je dan automatisch bij Frank Lammers uit?
Haha, ja, het scenario is in eerste instantie op Frank geschreven. Maar ik heb toch een casting gehouden, dat helpt je om heel breed te kijken. Ik heb even een omweg gemaakt naar Daniël Boissevain, maar ben toch uitgekomen bij Frank.

Je hebt veel ’s nachts gedraaid. Hoe ging dat?
Het was een beetje lastig omdat ik acht maanden zwanger was. Maar de opnamen zijn heel goed gegaan. We waren wat bezorgd over Amsterdammers, want die zijn het vaak zat, al die opnamen in hun stad. En we vroegen ons natuurlijk af wat de taxichauffeurs er van zouden vinden. Maar die bleken heel blij te zijn dat dit verhaal eens wordt verteld.

Veel van de figuranten zijn echte taxichauffeurs. Waarom?
Figuranten die chauffeurs gaan spelen, dat zag ik helemaal niet zitten. Dan krijg je typetjes. Bovendien wilden we graag de Amsterdamse taxichauffeurs bij de film betrekken. Eerst hadden we een handvol chauffeurs, maar dat werden er snel meer. Zo zijn er teksten in de film terechtgekomen die niet in het script stonden. In de scène in het koffiehuis waar Frank Lammers en Hans Kesting ruzie krijgen, ontstond spontaan een agressieve sfeer met echte scheldpartijen. Zoiets beschouw ik als een kado, dat laat ik dan maar gebeuren. Overigens moesten we wel op tijd stoppen en iedereen uit elkaar halen, anders was het compleet uit de hand gelopen.

In de film zijn het geen frisse jongens, die taxichauffeurs. Zit je zelf nog wel eens in een taxi?
Ja hoor, in de basis ben ik heel lui, haha. Maar vroeger stapte ik in een taxi, nu stap ik in iemands leven. Ik vraag me vaak af: wat heeft deze chauffeur verloren? Of wat heeft hij gedaan om het niet te verliezen? Meestal raak ik met ze aan de praat. Ik beoordeel ze niet op de criminele zaakjes die de taxiwereld onwillekeurig aantrekt, in iedere grote stad ter wereld. Bovendien, er zijn natuurlijk ook chauffeurs die gewoon werken om hun brood te verdienen.

©RdL
Trouw
4 oktober 2006