ARCHIEF

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2002

2001

2000

1999

1998

1997

« Hollywood in MarokkoThe Machinist »

SAMUEL BYCK EN THE ASSASSINATION OF RICHARD NIXON

12

mei

2005

De meeste mensen hebben nog nooit van hem gehoord. Noch van de moordaanslag die hij in 1974 op president Richard Nixon beraamde. Maar de laatste tijd krijgt Samuel Byck de aandacht waar hij van droomde voordat hij tijdens zijn onbeholpen geweldsactie zelf roemloos ten onder ging.

In de nasleep van 11 september 2001 beweerde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice dat het tot die tijd ondenkbaar was geweest dat commerciële vliegtuigen als wapen zouden worden gebruikt. Een opmerkelijke uitspraak.

Want op 22 februari 1974 stormde Samuel Byck op het internationale vliegveld Baltimore-Washington gewapend een DC-9 van Delta Airlines binnen en probeerde de piloten te dwingen op te stijgen. Zijn plan, genaamd ‘Operation Pandora’s Box’, was om het toestel het Witte Huis te laten binnenvliegen, toendertijd de residentie van Richard Nixon.
Tijdens de ‘operatie’ doodde Byck een veiligheidsagent en een van de piloten, verwondde de ander, beval een passagier het stuur over te nemen en pleegde uiteindelijk zelfmoord. Het vliegtuig bleef aan de grond en Nixons bezigheden werden die dag geenszins verstoord.

Na dit bizarre incident bleek Byck bij de geheime dienst al twee jaar bekend te zijn. Nadat hem een lening voor een eigen onderneming was geweigerd dook hij op bij de hekken van het Witte Huis voor individuele protestacties. Twee keer werd hij gearresteerd omdat hij er zonder vergunning stond. Hij keerde terug verkleed als kerstman: “Ik wil wel eens zien of ze de ballen hebben om de kerstman te arresteren.” (die hadden ‘ze’: hij werd opnieuw in de boeien geslagen). Na zijn dood raakte Byck al snel in vergetelheid.

Totdat hij vorig jaar opdook op Broadway, in de door Stephen Sondheim en John Weidman geschreven musical ‘Assassins’. Een grimmig theaterstuk rond negen historische figuren die een Amerikaanse president hebben vermoord of daartoe een poging hebben gedaan. Dertien jaar oud was de musical toen al. Maar toen het stuk in 1991 elders in New York werd opgevoerd, waren de reacties lauw. En toen het Broadwaydebuut van ‘Assassins’ voor het najaar van 2001 stond gepland, gooide 11 september roet in het eten. De makers zagen er geen been in na de aanslagen een show op de planken te brengen waarin Samuel Byck figureerde, die dus al 27 jaar voor ‘9/11’ had bedacht dat je best met een vliegtuig het Witte Huis, dat tegelijk zo beminde en gehate Amerikaanse symbool, van de aardbodem zou kunnen vagen.

Voorjaar 2004 bleek wel het juist moment. Met daverend enthousiasme werd ‘Assassins’ vorig jaar op Broadway ontvangen. Blijkbaar leverde de afstand tot 11 september en het nieuwe besef van kwetsbaarheid de perfect mix op voor Newyorkers om te kijken naar die negen mensen die zich met hun motto ‘ieder heeft het recht om vrij, gelukkig, ánders te zijn’ vrijwaren om met geweld de geschiedenis een slag te draaien.

Merkwaardig hoe de rol van Samuel Byck, die in kersttenue gestoken in de eerste opvoeringen vooral een lachwekkende bijfiguur was geweest, dertien jaar later zoveel aan betekenis had gewonnen. De alom vergeten Byck bleek ineens zijn mannetje te kunnen staan tussen historische criminele beroemdheden als ‘pionier’ John Wilkes Booth, die Abraham Lincoln vermoordde, Lee Harvey Oswald, verantwoordelijk voor de beruchtste moordaanslag op John F. Kennedy, en John Hinckley, die zijn moordpoging op Ronald Reagan opdroeg aan actrice Jodie Foster.

Juist op Bycks diepe teleurstelling in de American Dream leken gezongen teksten als ‘Ieder heeft het recht op zijn dromen’ te slaan. Tegen de politiek, religieus of spiritueel (zoals Charles Manson aanhangster Lynette Fromme, die het op Gerald Ford had gemunt) gemotiveerde daders en psychiatrische gevallen (zoals Hinckley) steekt Samuel Byck een beetje gewoontjes af: een 44-jarige joodse voormalige autobandenverkoper uit Philadelphia, gescheiden vader van vier kinderen, die in het bedrijfsleven maar niet wil slagen.
Zijn gevoelens van frustratie, uiteengezet op audiotapes die hij naar publieke figuren als componist Leonard Bernstein en een Washington Post-journalist stuurde, projecteert hij op Nixon, die juist op dat moment met zijn Watergate schandaal het morele vertrouwen van de gewone Amerikaan in de overheid grondig beschadigde.

Misschien maakt zijn gewoonheid Bycks verhaal wel juist des te universeler en daarom des te meer geschikt voor een eigen film, zoals ‘The Assassination of Richard Nixon’. De Samuel Byck zoals Sean Penn hem speelt is een man waarvan er ontelbare rondlopen in Amerika (en ieder ander Westers land): gewone mensen, boos op het leven waarin het geluk ontbreekt dat Cadillac reclames ze beloven. Het is veelzeggend dat Samuel Byck via een omweg de hoofdpersoon van de film werd.

Naar eigen zeggen kenden ook de (Amerikaanse) scenarioschrijvers Bycks geschiedenis niet toen ze een aantal jaar geleden begonnen aan een fictief verhaal getiteld ‘The Assassination of LBJ’, rond een man die een moordaanslag op president Lyndon B. Johnson (1963 - 1969) pleegt, maar die niet als zodanig wordt opgevat. Toen de scenaristen eenmaal ontdekten dat een dergelijk incident werkelijk had plaatsgevonden, schoven ze hun verhaal een presidentstermijn op en veranderden de titel.

©RdL
Trouw
12 mei 2005

‘The Assassination of Richard Nixon’
vanaf vandaag in de bioscopen te zien