« De SchoolHBO blijft spraakmakend »

MICHIEL VAN ERP OVER RAMSES

11

jan

2014

Ramses zingt, swingt, charmeert, ruziet, koestert, vernietigt, rookt, drinkt - Ramses lééft. In de vierdelige dramaserie ‘Ramses’ schildert regisseur Michiel van Erp Nederlands meest geliefde troubadour Ramses Shaffy af als een even onweerstaanbare als egocentrische kunstenaar.

"Jongen van de volgspot, vanavond speel ik voor jóu", belooft een piepjonge Ramses Shaffy een theatermedewerker net voor aanvang van een voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg, eind jaren vijftig. Even later fluistert hij een andere, mooie blonde jongen dezelfde belofte toe.

'Ramses' is nog maar net begonnen of je bent als kijker, net als iedereen in zijn omgeving, al volledig ingepakt door de warmgevooisde jongeman die later furore zal maken met liedjes als 'Sammy' en 'We zullen doorgaan'. Een overrompelende, levenslustige charmeur die iedereen op de mond zoent, ongedurig van café naar café zwerft, 'bij voorkeur niet 's nachts' slaapt, en alleen achter de piano - heel even - rust lijkt te vinden.

Die levensenergie, de drang om gelukkig te zijn, was voor regisseur Van Erp het uitgangspunt voor zijn serie.
"Zijn vermogen om heel intens te leven. Dat is ook gevaarlijk: Ramses kende geen grenzen. Dramatisch is dat vooral interessant als je kijkt naar het effect dat hij had op anderen. Ik heb zoveel mensen gesproken die zijn 'aangeraakt' door Ramses, wier leven door hem een andere wending heeft genomen. Niet altijd ten goede. Driekwart van de verhaallijnen in de serie is op de werkelijkheid gebaseerd, zoals de predikant die na zijn ontmoeting met Ramses zijn vrouw en kinderen in de steek liet en er met een man vandoor ging."

Echtheid staat voorop bij Van Erp, vooral bekend als documentairemaker ('Pretpark Nederland', 'Tijd van je leven', 'I am a woman now'). In 'Ramses' verwerkte hij archiefbeelden als kiekjes aan de muur die historische context bieden: grofkorrelige indrukken van Amsterdam in een ander tijdperk.

Grachten met weinig auto's, neonlichten aan theatergevels, de Dam met hippies. Ze gaan naadloos over in geënsceneerde beelden waarin hoofdrolspeler Maarten Heijmans met rommelig haar, openvallende overhemden en ontelbare glazen rode wijn de overgang van de burgerlijke jaren vijftig naar de swinging sixties belichaamt.

Ramses groeit professioneel op met acteur Joop Admiraal (Thomas Cammaert), zijn geliefde en in veel opzichten zijn absolute tegenpool: de huiselijke, aanhankelijke partner die op Ramses wacht tot die laveloos thuiskomt.

Met Admiraal stapt Shaffy in een onbesuisd internationaal avontuur. In een prachtige episode gaan ze naar Rome om 'door te breken' in de Italiaanse cinema. Verder dan een figurantenrolletje en een nacht slapen voor de deur van filmmaker Federico Fellini komen ze niet.
Van Erp: "Hun verblijf van een maand of acht is goed gedocumenteerd, want afzonderlijk van elkaar schreven ze brieven aan actrice Shireen Stroker die op hun huis paste. Die brieven zijn ooit uitgegeven, en zijn droevig en hilarisch tegelijk. Ramses schepte enorm op, en Joop beschreef één grote ellende, dat ze op straat moesten optreden om aan eten te komen. Joop was zo bedeesd, terwijl Ramses onbegrensde fantasieën had dat iedereen op hem zat te wachten."

Shaffy's talenten komen beter tot hun recht in de Shaffy Chantant-avonden, met muziek en poëzie (en veel drank) die hij terug in Amsterdam organiseert. In die setting ontstaat een onwaarschijnlijke, maar gouden combinatie: Ramses Shaffy en Liesbeth List. Het keurige 'eilandmeisje' van Vlieland (gespeeld door Noortje Herlaar) dat maar één ding wil: zingen, blijkt muzikaal perfect bij Ramses te passen.

Van Erp waarschuwde zijn hoofdrolspelers: "Ga niet eindeloos naar oude beelden zitten kijken en proberen te imiteren. Je speelt een ról."
Emotionele echtheid vond hij belangrijker dan historische correctheid.
"Ik liet de acteurs een scène achter elkaar doorspelen en improviseren, zonder ze rekening te laten houden met montage of continuïteit. De scène waarin Ramses en Joop ruziemaken hebben we acht keer opgenomen, en uit alle versies heb ik stukjes gebruikt. Je ziet het beeld verspringen, maar dat vind ik niet erg. Zo lang de emotie en de intensiteit maar overeind blijft."

Voor de kijker is het opvallend gemakkelijk de echte Shaffy, List en Admiraal in het geheugen terzijde te schuiven, en mee te gaan met de voortreffelijke acteurs, die ook muzikaal hun eigen pad kiezen. "Betrek de inhoud van de liedjes op jezelf", hield Van Erp hun voor.
Hij liet ze live zingen op de set. Een ongebruikelijke praktijk: doorgaans worden liedjes achteraf in de studio geperfectioneerd en onder het beeld gemonteerd. "Dit heeft veel energie, techniek en extra geld gekost. Maar ik wilde per se dat ze echt zongen. Als je dicht bij het hart van Ramses wilt blijven, dan laat je hem niet playbacken. Dat kon hij helemaal niet."

Over liedjes gesproken: ja, natuurlijk was het verleidelijk om de soundtrack vol te stoppen met meedeiners. 'Pastorale', 'Laat me', 'Hallelujah Amsterdam'; ze zijn cultureel erfgoed. Van Erp onderstreept dat in een mooie scène waarin verschillende personages - waaronder een bloemenman, en een dame op straat met hondje - voor zich uit hummen op 'Johnny van de vier seizoenen'.
Toch wist de filmmaker de gapende valkuil gracieus te ontwijken. "Het is geen musical, de liedjes mogen geen oponthoud zijn. Een van mijn favorieten, 'We leven nog', komt in 40 seconden voorbij. Je kunt dat nummer wel uitventen, maar we zijn iets anders aan het doen: het gaat mij om het karakter van Ramses."

Van Shaffy, in 2009 overleden, is zeker de laatste jaren in tv-programma's, documentaires en muzikale eerbetonen een wat gestold beeld ontstaan: Neerlands knuffelchansonnier, de flamboyante exoot met Egyptisch en Russisch bloed die ons het inmiddels alweer gepersifleerde 'Zing, vecht, huil, bid, lach, werk...' schonk.
Pratend met betrokkenen, en gravend in het archief dat Liesbeth List hem en scenarioschrijfster Marnie Blok ter beschikking stelde, stuitte Van Erp ook op onderbelichte facetten van de zanger. Praten over problemen bijvoorbeeld, dat deed Ramses niet.

"Toen hij steeds verder aan de drank en drugs raakte, heeft Liesbeth hem eens een brief geschreven om te zeggen dat hij iets aan zichzelf moest doen, en dat zij er voor hem zou zijn. In de serie leest zij de brief voor. Ramses loopt weg." Andersom was Ramses niet het type vriend met de stevige schouder en het luisterend oor. "Mensen vertelden me: 'Problemen bespreken met Ramses? Welnee, met Ramses ging je plezier maken!'"

Van Erp was door die uitersten gefascineerd. "Liesbeth zei zoiets als 'alles wat mooi was met Ramses was veel mooier dan je je kunt voorstellen. Maar alles wat heftig was, was ook véél erger.' Ik dacht: dat moet in de serie. Ramses is vaak de romantische held met de prachtige liedjes, maar hij kon ook heel hard, gemeen en egocentrisch zijn."

'Ramses' toont hem als iemand met immense veerkracht, een man die, op het moment dat wegens schulden zijn hele huisraad op straat is gezet, gezellig op zoek gaat naar de kurketrekker. Maar ook een man die midden in de nacht thuis aanbelt en tegen zijn minnaar roept: "Een sleutel? Jíj bent er toch?"

Van Erp: "Ik wilde geen nostalgie, geen goeie ouwe tijd. Ik wilde ook de rottigheid rond Ramses laten zien. Seks, drugs en rock 'n roll. De waarheid, daar moeten we het mee doen."

'Ramses' is vanaf vanavond wekelijks te zien bij de Avro, 20.20 uur op Nederland 2.


© RdL
Trouw
11 januari 2014