« Empire State Building in orangeVijf jaar na 9/11 - orale vertellingen »

ASSASSINS

25

mei

2004

De rillingen lopen je over de rug wanneer aan het eind van de Broadway musical ‘Assassins’ negen misdadigers hun pistool de zaal in richten. ‘Ieder heeft het recht op zijn dromen’, zingen ze trots en sluiten af met oorverdovend geknal.

[27-01-09] assassins_2.jpg‘Assassins’ is geen escapistisch, betoverend Broadwayspektakel voor het hele gezin. ‘Assassins’ gaat over de negen mensen die in de Amerikaanse geschiedenis een president hebben vermoord of een poging daartoe deden. Een macaber avondje uit. Zeker in een tijd dat ideologisch gemotiveerd geweld het wereldnieuws bepaalt. Dertien jaar geleden al schreven Stephen Sondheim en John Weidman de musical, maar pas nu maakt ‘Assassins’ z’n Broadwaydebuut.

In 1991, tijdens de ‘eerste oorlog in Irak’ werd de musical elders in de stad opgevoerd, maar kreeg lauwe reacties. Voor het najaar van 2001 stond Broadway eindelijk op het programma, maar 11 september gooide roet in het eten. De theatermakers achtten het klimaat in de maanden daarna niet geschikt voor een stuk waarin ondermeer Samuel Byck figureert, de man die in 1974 met een gekaapt vliegtuig het Witte Huis (destijds de ambtswoning van Richard Nixon) wilde binnenvliegen.
Maar nu stroomt de New Yorkse Studio 54 iedere avond vol voor prikkelend muziektheater dat in de tussenliggende jaren aan actualiteitswaarde heeft gewonnen. ‘Eindelijk heeft 9/11 z’n eigen musical’ kopte The New York Times onlangs.

[27-01-09] assassins.jpg‘Assassins’ begint als een bizar kermisspel. ‘Shoot! Hit the prez! Win a prize!’ klinkt het. Wat is die prijs? Eeuwige faam natuurlijk. Vermelding in de geschiedenisboeken. John Wilkes Booth, die in 1865 Abraham Lincoln neerschoot, geldt als de pionier. ‘Ik heb de man vermoord die mijn land heeft vermoord’ zingt Booth, die het zijn president niet kan vergeven het land in de Burgeroorlog te hebben gestort. Hij overreedt de andere toekomstige assassins met verraderlijke aanmoedigingen: ‘Beweeg gewoon dat vingertje en verander de wereld!’ Aan hoogdravende motieven ook bij de andere acht geen gebrek.

Het optreden van Byck herinnert Bush’ regering er aan dat ook vóór 11 september mensen op het idee kwamen om vliegtuigen als wapens te gebruiken. Maar in ‘Assassins’ is het vooral de religieuze fanaticus Charles Guiteau die een gevoelige snaar raakt anno 2004. Opgewekt zingt hij ‘God was mijn werkgever en is nu mijn advocaat’ terwijl hij de trap naar het schavot opdanst, waar hij ter dood zal worden gebracht voor de moord op James Garfield in 1881. Dat verblindende geloof in het eigen gelijk, van bovenaf gezegend, weerspiegelt de blijmoedigheid waarmee de 11 september-terroristen en andere djihad-strijders naar verluidt het hiernamaals tegemoet treden. Maar natuurlijk óók de rechtlijnige, koppige buitenlandpolitiek van Amerika’s eigen huidige president.

‘Assassins’ werpt in feite de mogelijkheid op dat die ‘zegen van boven’ de ideologie van de Amerikaanse Droom behelst. ‘Niemand kan worden opgesloten vanwege z’n dromen’ houden de moordenaars elkaar voor. Oftewel, als je maar handelt in naam van God, Allah, Democratie of de Persoonlijke Vervulling van de Droom is het wel goed wat je doet. Op het toneel staan negen mensen die worstelen met sociale of maatschappelijke incompetentie en zich onder het motto ‘ieder heeft het recht om vrij, gelukkig, ánders te zijn’ beroepen op een ideologie die hen zelf juist zo heeft teleurgesteld. The American Dream heeft zichzelf in de staart gebeten.

Gezien het enthousiasme in de zaal en de zeven Tony-nominaties die ‘Assassins’ heeft gekregen, blijkt er juist nu, tijdens de ‘tweede oorlog in Irak’, een voedingsbodem te bestaan voor dit soort provocerende gedachten. Na een lange omtrekkende beweging heeft ‘Assassins’ z’n publiek gevonden.

©RdL
Trouw
25 mei 2004

‘Assassins’
tekst en liedjes: Stephen Sondheim en John Weidman
regie: Joe Mantello
uitgevoerd door Roundabout Theatre Company
tot en met 4 juli te zien in Studio 54
www.roundabouttheatre.org