« 9/11 documentaire gebroeders NaudetGeen paniek in New York »

MIRRORING EVIL - TENTOONSTELLING JEWISH MUSEUM

19

mei

2002

Afgelopen week werd in The Jewish Museum in New York de tentoonstelling ‘Mirroring Evil: Nazi Imagery /Recent Art’ geopend. De expositie bevat werk van dertien jonge kunstenaars die uit de Nazi-tijd voortgekomen ikonen gebruiken om het Kwaad te onderzoeken en in onze hedendaagse beeldcultuur te herkennen. Al weken geleden klonken de eerste protesten.

In tegenstelling tot de meeste kunst die naar aanleiding van de Holocaust is gemaakt gaat ‘Mirroring Evil’ niet om de beleving en ervaringen van de slachtoffers, maar staat juist stil bij de strategieën en denkpatronen van de Nazi’s en de beeldcultuur die zij hebben ontwikkeld. Dat is een gevoelige invalshoek.
De plannen voor de tentoonstelling waren nog niet aangekondigd of er ontstond een controverse in de orde van de ophef rond ‘Sensation’ in het Brooklyn Museum of Art in 1999. Toen maakte toenmalig burgemeester Rudolph Giuliani zich persoonlijk kwaad om een Mariabeeld met olifantenpoep en verzamelden zich wekenlang boze demonstranten voor het museum.

Bij de opening van ‘Mirroring Evil’ gaven een kleine honderd mensen luidkeels en met spandoeken met teksten als ‘Genocide is geen kunst’ en ‘Ga niet naar binnen’ blijk van hun woede. Voor bijval hoeven demonstranten niet op de huidige burgemeester te rekenen: Michael Bloomberg heeft al laten weten dat de overheid zich niet dient te bemoeien met de artistieke keuzes die in musea worden gemaakt.

De curator, Norman L. Kleeblatt, kon zijn tentoonstelling moeiteloos verdedigen: “We hebben de plicht om nieuwe ideeën en zorgen over de Holocaust te laten zien.” Maar de Newyorkse pers betoonde zich geïrriteerd. The Wall Street Journal meende dat ‘Mirroring Evil’ de Holocaust bagatelliseert en de recensent van de The New York Times deed de expositie af als een uit onbeduidende kunst bestaande provocatie.

Om erger te voorkomen heeft de museumleiding een waarschuwing opgehangen bij die kunstwerken die door een aantal Holocaust-overlevenden als schokkend zijn ervaren.
Zoals een serie onechte Lego-dozen voor een concentratiekamp-bouwset die Zbigniew Libera (Polen, 1959) maakte. Geheel overbodig heeft de fabrikant van ‘s werelds bekendste blokjes zich nadrukkelijk gedistantieerd van het kunstwerk. Overbodig, want Libera’s boodschap is duidelijk: de vrolijke, op kinderen gerichte verpakking laat pijnlijk zien hoe vernuftig de Nazi propaganda mensen al vanaf heel jonge leeftijd indoctrineerde.
De link met de agressie waarmee produkten - waaronder moreel verwerpelijke - tegenwoordig aan kinderen worden opgedrongen is vervolgens gemakkelijk gelegd.

Ook Tom Sachs (VS, 1966) houdt zich bezig met onze consumptiemaatschappij, vooral met de onweerstaanbare - maar mogelijk verraderlijke - verleidelijkheid van mode. Drie blikken met de logo’s van Chanel, Hermès en Tiffany & Co. trekken onmiddellijk de aandacht. Maar wie dichterbij komt ziet dat het om blikken gifgas gaat.
Zijn miniatuurconcentratiekamp opgetrokken uit een Prada-doos is nog bouder. Sachs lichtte onlangs in een interview met The New York Times Magazine toe dat mode, net als fascisme, draait om “het verlies van identiteit. Mode is prima als het je helpt er sexy uit te zien, maar het is fout als het je het gevoel geeft belachelijk of dik te zijn omdat jij geen Gucci-eetbak voor de hond hebt en je beste vriend wel.”
Je vraagt je af wat schokkender is: een mini-concentratiekamp van karton of deze gemakkelijk provocatieve, al te simplistische analogie.

Dan zijn de eveneens omstreden computerbeelden van Alan Schechner (Groot Brittannië, 1962) heel wat scherper en doeltreffender. In het ene verandert met een muisklik een streepjescode in een foto van gevangenen in gestreepte kamppakken. Over het anonimiseren van mensen gesproken! Het nauwkeurige vernietigingssyteem dat de Nazi’s ontwierpen - compleet met het benummeren van mensen - zou nauwelijks verbeterd kunnen worden met hedendaagse computers, lijkt Schechners stelling.
Een ander beeld betreft een bekende foto van een aantal uitgemergelde gevangenen in Buchenwald waar de kunstenaar een portret van zijn weldoorvoede zelf digitaal aan heeft toegevoegd - mét een blikje Diet Coke in de hand. Schechner maakt in een simpel maar verontrustend beeld duidelijk hoe hij worstelt met zijn onvermogen zich te identificeren met de Joden (waaronder eigen familieleden), twee generaties van hem verwijderd, die dergelijk leed is aangedaan.

De 147 portretten van acteurs in Nazi-kostuum die Piotr Ukla?ski (Polen, 1968) heeft verzameld zijn op het oog luchtiger. Maar Ukla?ski, wiens kennis van de Holocaust - net als de meeste mensen van zijn generatie - voor een groot deel is gevormd door populaire cultuur, stelt met zijn fotoreeks een lastige, blijvend relevante vraag: Hoe herken je het Kwaad wanneer dat wordt belichaamd door aantrekkelijke sterren als Marlon Brando, Liam Neeson, Yul Brynner, Rutger Hauer of Ralph Fiennes?
De gebeurtenissen van 11 september geven zijn werk, zeker voor het Amerikaanse publiek, een nieuwe dimensie. Het brengt bijvoorbeeld de verwarring in herinnering die veel televisiekijkers ervaarden toen ze enkele maanden geleden herhaaldelijk de vriendelijk ogende Osama bin Laden weerzinwekkende dingen hoorden verkondigen.

Christine Borland (Schotland, 1965) houdt zich met dezelfde thematiek bezig. Zij vroeg zes beeldhouwers een buste te maken van Josef Mengele, de beruchte arts die gruwelijke praktijken op zijn naam heeft staan maar steevast, zelfs door slachtoffers, werd omschreven als aantrekkelijk en charmant. Het resultaat bestaat uit zes verschillende beelden van een in conventionele zin aantrekkelijke man. Maar in hoeverre representeren ze Mengele?

Niet alle tentoongestelde werken in ‘Mirroring Evil’ zijn even gelaagd, prikkelend en onrustbarend. Maar de tentoonstelling laat op een verfrissende manier zien dat jonge (Joodse) kunstenaars niet anders kúnnen dan zich losmaken van de slachtofferrol van hun ouders en grootouders. Bovendien, zo onderstreept de oproer rond de expositie en de standvastigheid van de organisatoren, heeft niemand het patent op leed of op angst voor sluimerend gevaar.
Iedereen die de moeite neemt ‘Mirroring Evil’ met aandacht te bekijken wordt gedwongen na te denken over de diffuse grenzen tussen commercie en propaganda, goed en kwaad, schoonheid en destructie.

©RdL
Trouw
19 mei 2002

The Jewish Museum
1109 Fifth Avenue (@ 92nd Street)
(212) 423-3200
Tot en met 30 juni