« Geen paniek in New YorkWe zijn weer thuis - Kinderen »

WE ZIJN WEER THUIS - NEDERLANDSE BOTHEID

20

nov

2002

Na vijfenhalf jaar in New York te hebben gewoond, keerden freelance journalisten Jeroen van Bergeijk en Remke de Lange met hun zoontje kortgeleden terug naar Nederland. Daar treffen zij een veranderd land aan. Of zijn zij zelf degenen die zijn veranderd? Hoe dan ook, dagelijks verwonderen, ergeren en verbazen ze zich over hun vaderland.

Op de tweede dag na mijn aankomst in Amsterdam wandel ik, gelukzalig als een toerist in eigen stad, over de Dam. Met de kinderwagen raak ik het been van een voetganger. Beleefd verontschuldig ik me, maar van excuses wil mijn opponent niet horen. “Je moet goddome uitkijken” blaft hij me woedend toe.

Wat is het toch met de Nederlandse botheid? In de eerste twee weken na mijn terugkeer naar Nederland ben ik vaker van de sokken gereden door fietsers en brommers, lomp behandeld door horecapersoneel, is mijn kind van peuterleeftijd vaker grofweg aan de kant geduwd door Albert Cuyp-trutten en heb ik meer agressieve woordenwisselingen meegemaakt, dan mij in jaren is overkomen. Het klinkt absurd, maar ik kom terug uit notabene New York en heb onmiddellijk behoefte aan een assertiviteitstraining.

Vooral Amsterdammers gaan er prat op goed gebekt te zijn en denken dat de ‘maak plaats’-mentaliteit nu eenmaal bij het grotestadsleven hoort. Complete onzin. Het enige wat ze doen is hun eigen omgeving verzieken. Ik loop met mijn zoontje in de Jordaan. Een postbode fietst ons op het trottoir tegemoet. “Kijk nou, een fiets op de stoep”, zeg ik hardop, terwijl we snel opzij stappen om een botsing te voorkomen. “Muil houden!” klinkt het nijdig achter ons. Muil houden??? Wacht even. Dit is geen lamlendige pizzakoerier. Dit is een postbode, zo iemand die in gestreepte polo mede namens de overheid onze post bezorgt.

En zo gaat het maar door. In de supermarkt knallen mensen ongegeneerd hun karretjes tegen je aan, als je een deur voor iemand openhoudt kun je een bedankje wel vergeten, op de markt wordt er voorgedrongen alsof het een nationale sport is en in het verkeer kun je ieder moment de meest vreselijke verwensingen naar je hoofd geslingerd krijgen. Het meest verontrustende is dat Nederlanders gewend zijn aan dit soort incidenten. “Ach ja, het is wat” is doorgaans de reactie wanneer ik oprecht geschokt mijn verhaal doe.

Mijn vraag is: waar komt die agressie in Nederland vandaan? Waarom is iedereen zo boos? Behalve mooi weer en ruimte ontbreekt het Nederlanders aan niets. Ruimtegebrek is natuurlijk een serieuze kwestie. Ik snap dat het je soms allemaal teveel wordt. Overal waar je kijkt zijn mensen, in Amsterdam alleen al een kleine miljoen boven op elkaar. Om gek van te worden. Ter vergelijking: in New York wonen acht miljoen mensen. Maar dit soort alledaagse agressie heb ik er in al die tijd nauwelijks meegemaakt.

Toegegeven, Newyorkers staan natuurlijk niet bekend om hun dorpse vriendelijkheid. Het Newyorkse verkeer is onbeschrijfelijk. Ieder uur dat je je in die bandeloze jungle stort temidden van krankzinnige taxichauffeurs en andere wegpiraten, kost je een maand van je leven. En oké, als je niet snel genoeg een metro uitstapt word je door de menigte die zich naar binnen dringt platgewalst. En ja, in een broodjeszaak moet je snel met je bestelling komen of je mag weer achterin de rij gaan staan. Alles in New York wordt ondergeschikt gemaakt aan een dynamische jachtigheid die twijfel of bedachtzaamheid tot onbruikbare eigenschappen maakt. Newyorkers zijn assertief. Maar niet agressief.

Kijk, als je met teveel mensen te weinig ruimte moet delen kun je twee dingen doen. Je kunt kafferend door het leven gaan in de hoop dat men voor je aan de kant gaat, of je kunt kiezen voor een strategie die de meeste Newyorkers hanteren. In New York heerst de ongeschreven regel dat je buiten elkaars bewegingsruimte blijft. In de praktijk gaat dat zo. Je staat in de supermarkt naar de aangeboden waren te kijken. Iemand moet noodgedwongen voor je langs. De ander zegt dan ‘Excuse me’, waarop jij met een vriendelijk grommetje de ander vergeeft dat ie tijdelijk je uitzicht belemmert.
Als een hond zich ongewenst aan je opdringt of naar je kind blaft kun je rekenen op oprechte, herhaalde excuses van de eigenaar. Onbedoeld fysiek contact is uit den boze en wordt onmiddellijk gevolgd door nadrukkelijke verontschuldigingen van alle partijen. Een Newyorkse vriend van mij heeft zelfs een theorie dat er in zijn stad zoveel zwart wordt gedragen uit behoefte aan ongenaakbaarheid. Mensen in een miljoenenstad willen niet opvallen en met rust gelaten worden. Pure overlevingsdrang.

Veel Nederlandse toeristen ergeren zich in Amerika wild aan opmerkingen als “Hi, how are you today?” en “Can I help you?” waarmee je in winkels en restaurants wordt begroet. Ze doen het af als truttige aanstellerij, louter bedoeld om je meer fooi uit de zak te kloppen. Natuurlijk heeft die vriendelijke beleefdheid bijbedoelingen. Een cynische verklaring is keihard kapitalisme en angst. Als je vriendelijk bent verdien je meer en als je afstand houdt, maak je minder kans op een mes in je rug.
Maar maakt dat die beleefdheid minder aangenaam? Als ik moet kiezen tussen geveinsde vriendelijkheid en oprechte onbeschoftheid, dan weet ik het wel. Wat maakt mij het uit wat de reden is, Newyorkers hebben tenminste manieren.

©RdL
HP/De Tijd
november 2002

Volgende week: Jeroen van Bergeijk over de Nederlandse obsessie met design.