« Washington in filmsAanslagen World Trade Center »

BETTER BE BROOKLYN

20

mei

2001

Dat New York City groter is dan alleen Manhattan, weet iedereen. Toch blijven de meeste bezoekers van de wereldstad op het eiland in de Hudson River. En toegegeven, wat grootse attrakties betreft is Manhattan onovertroffen. Maar wie de ‘echte’ Newyorkers wil leren kennen en zelf nog iets wil ontdekken, moet over het water kijken. Om te beginnen in Brooklyn.

Ik woon nu zo’n vier jaar in Brooklyn en ben er met tegenzin gekomen. Het leven op Manhattan beviel me uitstekend: niets kon op tegen de drukte en gekte die je soms uit je slaap houdt maar meestal een onbeschrijfelijke energie geeft. Maar op Manhattan betaalde ik een krankzinnige huur voor een appartement waar ik niet wilde wonen. In Park Slope, Brooklyn kon ik een appartement krijgen dat veel goedkoper was en waar ik het liefst niet meer wegga. Zo ben ik in Brooklyn terecht gekomen. En er aan gehecht geraakt.

Laten we voorop stellen dat Brooklyn zo ongelofelijk groot is dat je niet kunt spreken van één wijk. Brooklyn bestaat uit tientallen buurten, veelal ontstaan als aparte dorpen, met een eigen karakter. Het statige Brooklyn Heights is op het oog onvergelijkbaar met Bedford Stuyvesant, het ‘Harlem’ van Brooklyn (en het decor van menige Spike Lee film). En toch zijn er overeenkomsten.

Waar je op Manhattan overal wordt doordrongen van de industriële euforie die aan het begin van de twintigste eeuw een verticale stad heeft doen ontstaan, daar tref je in Brooklyn louter menselijke dimensies. Het hoogste gebouw is de Williamsburgh Savings Bank, een in 1929 gebouwde bank op de kruising van Flatbush- en Atlantic Avenues in downtown Brooklyn. Het is een imposant gebouw en de rode neon klok op de toren een handig oriëntatiepunt, maar op Manhattan zou het met z’n 170 meter in het niet vallen.

Brooklyn werd al in 1898 bij New York gevoegd (als zelfstandige gemeente was het voordien qua omvang de vierde stad in de Verenigde Staten) maar die fusie heeft nauwelijks geleid tot een sociale of culturele vermenging. Is Manhattan het kloppend hart van New York waar het grote geld wordt verdiend, Brooklyn is altijd het stadsdeel van de gewone mensen gebleven. Dat zie je onmiddellijk. Neem kleding. Op Manhattan is de kledingcode zwart, vier seizoenen lang. Zwart staat voor stijl en ongenaakbaarheid. Een vriend van mij heeft een theorie dat zwart zo populair is omdat mensen in een miljoenenstad niet willen opvallen en met rust gelaten willen worden.
Waar of niet, Manhattan wordt meer en meer homogeen, ook wat bevolkingssamenstelling betreft. In Brooklyn daarentegen overheerst diversiteit. Wie een indruk wil krijgen van de spreekwoordelijke melting pot van New York moet in Brooklyn zijn, in dat opzicht het meest kosmopolitische deel van de stad.

In het stadsdeel dat zijn naam ontleent aan ‘Breuckelen’, een dorp dat in 1645 door Nederlanders werd gesticht, zijn op dit moment meer dan 90 nationaliteiten en ethnische groepen vertegenwoordigd. In Brooklyn kun je een sensationele wereldreis in eigen achtertuin maken.

In Carroll Gardens, een van oorsprong Italiaanse wijk, vind je op Court Street nog steeds de ene na de andere winkel met grandioze verse mozzarella en pasta. Langs het meest westelijke stukje van Atlantic Avenue stikt het van de restaurants en winkels met specialiteiten uit het Midden Oosten.
In Flatbush vind je de Flatbush Dutch Reformed Church, de oudste kerk van Brooklyn (1759), wiens kerkhofje vol Nederlandse namen vandaag de dag wordt omringd door immigranten uit het Caribisch gebied. Greenpoint heeft talloze Poolse slagers en bakkers, terwijl aanzienlijke orthodox-joodse gemeenschappen te vinden zijn in Williamsburg, Crown Heights en Ocean Parkway.

Brighton Beach en Manhattan Beach, aan de zuidkust, worden gedomineerd door Russen. Wandel er buiten het strandseizoen over de boardwalk en je ziet overal op bankjes oudere Russen zitten die er, gehuld in fikse bontjassen, genieten van het uitzicht of een potje schaak. Opschriften in de kitscherige restaurants aan het strand en de winkels in de straatjes erachter zijn vrijwel uitsluitend in het Russisch.

Bensonhurst is minstens eenmaal per jaar een bezoekje waard. Het bestaat uit villa’s in Italiaanse stijl, type nouveau riche: architectonische grillen, fonteinen en marmeren beelden dragen het fortuin van de bewoners uit. Maffiabaas Sammy ‘The Bull’ Gravano kwam uit Bensonhurst. Je ziet er zo de personages uit The Sopranos rondlopen.
Tegen kerstmis verandert Bensonhurst in een krankzinnig pretparkje. Mensen decoreren er hun tuinen niet met een lullig lichtje in de boom. Nee, een sprekende, vier meter hoge kerstman, dansende rendieren, een compleet bataljon lichtgevende notenkraker-soldaatjes, zingende figuren in negentiende-eeuwse kostuums en een niet direct aan kerstmis gerelateerde draak worden er opgesteld. Je weet niet wat je ziet. Het is mijn favoriete uitje in de donkere dagen van het jaar.

Park Slope, waar ik woon, is een van de meest multiculturele buurten van Brooklyn. Hispanic families, kunstenaars, Italiaanse bejaarden, jonge ondernemers en yuppen wonen er naast elkaar in fraaie brownstones die eind negentiende eeuw werden gebouwd. En terwijl langs Prospect Park nog enkele schitterende villa’s uit die tijd staan (een ervan figureerde in Martin Scorsese’s The Age of Innocence) wordt op 5th Avenue op dit moment de ene na de andere hippe boetiek en bar geopend.
Zoals gezegd moest ik aanvankelijk weinig van Brooklyn hebben, maar toen ik op de dag van de verhuizing in een plaatselijke diner naast acteur Steve Buscemi kwam te zitten en ontdekte dat de film Smoke zich afspeelt in Park Slope wist ik dat het goed was.

Waar denk je aan bij de naam New York? Precies, de skyline van Manhattan. De Empire State Building, Twin Towers en Chrysler Building vormen samen met talloze andere wolkenkrabbers een wereldwijd herkenbaar ikoon. Maar laten we wel wezen, om de skyline te zien moet je afstand nemen van Manhattan. Brooklyn biedt perfecte uitzichten op die uitpuilende urban jungle.

Het leuke van wonen in Brooklyn is dat je, mits je regelmatig op Manhattan moet zijn (ik ken ook mensen die Brooklyn nooit verlaten), om de haverklap van de skyline kunt genieten. Een tripje over een van de bruggen is eigenlijk altijd een sensatie, onder alle weersomstandigheden. Een kleurig ondergaande zon is misschien het mooist, maar zelfs met dichte mist is de elegante betonhoop een belevenis.

Het meest populaire uitzichtpunt is de Esplanade (of Promenade) in Brooklyn Heights, het meest romantische - verblijf daar een uur op vrijdagmiddag en je ziet bruidsparen komen en gaan - bij het zeer sjieke River Cafe, pal onder de voet van de Brooklyn Bridge. Vandaar kijk je op de hoge kantoren van downtown Manhattan die tot diep in de nacht een onrustbarend aantal lichten hebben branden (ik heb me vaak afgevraagd of die nu om praktische of esthetische redenen aan blijven).
Maar niet minder indrukwekkend zijn de uitzichten vanaf andere plekken in Brooklyn die nauwelijks worden geëxploiteerd.

Dat is misschien wel het allerleukst aan Brooklyn, dat je er plekken kunt aantreffen die ‘onontgonnen’ zijn (of liever: in verval geraakt, vergeten en nog niet herontdekt). Toen ik dat eenmaal doorkreeg werd mijn enthousiasme over Brooklyn definitief. Een goede kennis van me met verre Nederlandse voorouders heeft een jaar geleden een leegstaand huis in Gravesend gekocht dat volgens schattingen in 1830 in Nederlandse stijl is opgetrokken (er zijn nog vijftien van deze ‘Nederlandse’ huizen in Brooklyn, waarvan enkele tot monument verklaard). Het huis staat er op een lapje grond, aan een brede weg en de verhoogde F-metrolijn, als een schuchter anachronisme bij.
De reden dat een verlaten huis niet onmiddellijk wordt afgebroken voordat katten, ongedierte en vandalen er jarenlang hun gang kunnen gaan, is dat er in Brooklyn nog zoveel ongebruikte ruimte is.

Williamsburg was zo'n plek. Die voorheen door Puertoricanen, Italianen, Polen en Hasidische joden bevolkte buurt, ter hoogte van de East Village op Manhattan, had in de jaren tachtig talloze leegstaande industriële gebouwen te bieden aan kunstenaars die zich Manhattan niet langer konden (of wilden) veroorloven. Zij veranderden de buurt in de hipste, artistiek meest levendige wijk van New York. Inmiddels is Williamsburg zo geliefd bij trendy types en galeriehouders en zijn de huren zo drastisch gestegen dat de echte pioniers hun heil al weer elders zoeken. Want geloof het of niet, New York heeft zowaar nog een frontier.

Ook DUMBO bijvoorbeeld is in ontwikkeling. DUMBO staat voor Down Under the Manhattan Bridge Overpass (Newyorkers zijn dol op dit soort afkortingen, getuige SoHo, NoHo, TriBeCa en NoLIta) en beslaat het gebied rond de pijlers van de Manhattan Bridge. DUMBO bestaat uit hoge industriële gebouwen die jarenlang geen cent waard waren en werden bewoond door krakers, kunstenaars en kleine ondernemers. Sinds een projectontwikkelaar het pand op Main Street, met de kopergroene klok bovenin, heeft omgetoverd tot kantoren- en appartementencomplex, gonst het van de plannen voor het buurtje waar overigens nog steeds geen winkel te vinden is.

Ondertussen vertrekken veel avonturiers die de ontwikkelingen niet afwachten naar Red Hook, het zuidelijker gelegen voormalig havengebied. Al deze buurten bieden adembenemende uitzichten op de East River en Manhattan. En zolang Starbucks en Gap zich er niet vestigen kom je in deze nog enigszins ruwe gebieden geen toerist tegen.

Staat Manhattan symbool voor snelheid, vluchtigheid en verandering, het rustiger Brooklyn herbergt familiebedrijven wier reputaties al generaties lang in de wijde omgeving bekend zijn. Junior’s, op Flatbush Avenue, maakt al sinds 1950 wat kenners de beste kwarktaart van New York noemen. Gage & Tollner (since 1879), daar vlakbij, is zo gracieus met z’n immense spiegels, gaslampen en donkere lambrizering, dat je het matige eten en stijve personeel voor lief neemt.

Sahadi Importing Company, daterend uit 1898, is een begrip. Sahadi is een fantastische, met internationale lekkernijen volgestouwde winkel op Atlantic Avenue. De nadruk ligt op produkten uit het Midden Oosten, maar pitjeskaas en Droste chocolade verkoopt men ook. Nathan’s, op Coney Island, is al 85 jaar een mekka voor hot dog-liefhebbers. Het fast food bedrijf is ook elders in de stad vertegenwoordigd, maar de fans zweren bij deze eerste vestiging waar sinds 1916 jaarlijks de Independence Day hot dog-eetwedstrijd wordt gehouden.

De geschiedenis van Brooklyn ligt overal op straat en de bewoners zijn er gek op. Een van mijn favoriete attrakties in Brooklyn is de draaimolen in Prospect Park, het park van dezelfde architecten als van het veel beroemdere Central Park. De draaimolen, in 1912 gebouwd en tien jaar geleden liefdevol opgeknapt, is ronduit schitterend. Niemand kan onberoerd blijven bij de nostalgie die de houten paardjes, de glas-in-lood raampjes en het heuse orgel oproepen. Een ritje kost 50¢. Alsof je vijftig jaar terug gaat in de tijd.

Coney Island is een verhaal apart. Van het pretparkcomplex dat in z’n hoogtijdagen, in de jaren dertig en veertig, tientallen stratenblokken omvatte en wel een miljoen bezoekers per dag had, is niet veel over. Maar de charmante restanten worden in leven gehouden door mensen met kinderen, filmploegen en alternatievelingen die de schoonheid van zoveel verval kunnen waarderen. Toen een half jaar geleden de Thunderbolt werd afgebroken, de achtbaan die al jaren overwoekerd door planten had stilgestaan, kwamen mensen geëmotioneerd protesteren.

De liefde van Brooklynites voor hun borough komt grotendeels voort uit de underdogpositie die het stadsdeel altijd ten opzichte van Manhattan heeft gehad. Alle ogen zijn immers altijd gericht op de wolkenkrabbers, de gele taxi’s, Wall Street en 5th Avenue. In Brooklyn laten toeristen zich hooguit in dubbeldekkers rondrijden. Maar de bewoners hebben die positie slim omgezet in een geuzenstatus. Wie uit Brooklyn komt is trots op z‘n afkomst. Ik heb nog nooit iemand met een T-shirt met ‘Manhattan’ erop gezien, noch ‘Queens’ of ‘Bronx’ , maar Brooklyn is ruim vertegenwoordigd op sweaters, T-shirts, petten en jacks.

De Brooklyn Botanic Garden wordt druk bezocht vanwege de Japanse tuin en de magnolia’s en kersenbloesems die in het voorjaar zo mooi bloeien. Maar wat mij betreft is het leukste hoekje van de tuin de ‘Celebrity Path’, een Brooklynse variant op de walk of fame. Op het wandelpad zijn de namen te lezen van beroemdheden die uit Brooklyn stammen. Woody Allen natuurlijk en Barbra Streisand, maar ook Larry King, Lauren Bacall, George Gershwin en Norman Mailer komen er vandaan. Dit bizarre chauvinisme is overal zichtbaar en meestal vertederend. Mijn bakker, Uprising Bread Bakery, stelt z’n eigen muesli samen onder de naam ‘Brooklyn’s Own Granola’.

Manhattan wordt vurig bezeten maar na gebruik terzijde geschoven door al die mensen die na hun succes te hebben behaald weer vertrekken. Brooklyn daarentegen krijgt veel terug van haar bewoners. Bij mij om de hoek, op 4th Avenue en President Street, heeft jarenlang een prachtig badhuis - in 1910 het grootse in Amerika - leeggestaan. Lokale kunstenaars hebben het opgeknapt en onlangs heropend voor allerlei voorstellingen van artiesten uit Brooklyn. Dit soort initiatieven, die veel minder worden ingegeven door winstbejag dan door de behoefte Brooklyns historie te koesteren, zijn onweerstaanbaar. De meeste Brooklynites zijn grenzeloos loyaal aan Brooklyn. Zelfs de import, zoals ik.

Manhattan heeft me verliefd laten worden op New York, maar dankzij Brooklyn is dat veranderd in diepe genegenheid. Hey, what can I say? Ik heb mijn bijna tweejarig zoontje Brooklyn genoemd.

©RdL
Tijdschrift Amerika
Juni 2001