« Coyote Ugly - de barWashington in films »

THUNDERBOLT WORDT AFGEBROKEN

1

jan

2001

Woody Allens Annie Hall (1977) is, nog steeds, een leuke film. Het gekibbel tussen Allen en toenmalige geliefde Diane Keaton is onnavolgbaar en het geworstel met de nieuwe zeden van de jaren zeventig ronduit aandoenlijk.
Maar eigenlijk is de leukste scène uit de film de flashback waarin we zien hoe Allens Alvy Singer opgroeide in een huisje onder de Thunderbolt, de beroemde achtbaan die jarenlang een van de attrakties vormde van het pretparkencomplex op Coney Island, in het zuiden van Brooklyn.
[19-01-09] thunderbolt_before.jpgIedere keer dat de karretjes met joelende mensen oversuizen schudt het huisje heen en weer en wordt het roodharige, sproeterige jongetje afgeleid van zijn huiswerk. De alomtegenwoordige achtbaan boven zijn ouderlijk huis vormt als het ware een metafoor voor Alvy’s latere, door horten en stoten geplaagde bestaan. Het is een hilarische, compleet ongeloofwaardige sequentie. Maar niet geheel verzonnen.

Allen, die niet ver daar vandaan opgroeide zal Coney Island ongetwijfeld als zijn broekzak hebben gekend. Het gigantische amusementspark kende zijn hoogtijdagen begin vorige eeuw, toen het wel een miljoen bezoekers per dag trok. En, geloof het of niet, in werkelijkheid woonden er inderdaad mensen onder de Thunderbolt in een huisje dat, ooit gebouwd als hotel, onder een van de bochten van de ‘8’ stond.

Het uitzicht op de Atlantische Oceaan mag dan grandioos zijn, een krankzinniger plek om te wonen kun je je nauwelijks voorstellen. Maar de dame die de ruimte na veertig jaar halverwege jaren tachtig als laatste verliet, vertelde The New York Times onlangs dat Allen de erbarmelijke omstandigheden zwaar had overdreven. Zo erg was het geschud in werkelijkheid niet: “Slechts af en toe bleek er wanneer ik thuis kwam, iets van de muur te zijn gevallen.”

Halverwege de eeuw kwam de klad in Coney Island. De hotels sloten, het omliggend gebied werd volgebouwd met treurige [19-01-09] thunderbolt_wagentjes.jpgsociale woningbouw en van het pretpark bleef slechts een schaduw over. De Thunderbolt, na 57 succesvolle jaren in 1983 definitief gesloten voor publiek, bleef niettemin trots overeind staan.
Planten slingerden zich om de grotendeels houten constructie, waardoor de rollercoaster een van de meest dramatische, fotogenieke bouwwerken van New York werd. Een symbool van vergankelijkheid (of juist onvergankelijkheid) voor oudere Newyorkers, achtbaan-afficionados, liefhebbers van marginale esthetiek en natuurlijk Woody Allen-fans zoals ik.

Groot was dan ook de schrik toen onlangs, zonder aankondiging, de gemeente besloot de Thunderbolt neer te halen. De officiële reden was ‘gevaar voor de bevolking’, maar iedereen weet dat burgemeester Giuliani Coney Island wil veranderen in een prestigieus sportcomplex waar voor pittoreske bouwvallen geen plaats is.
Een inderhaast georganiseerde protestaktie mocht geen baat hebben: de achtbaan lag omver voordat iemand er erg in had.

Daags erna hebben verschillende mensen zich in weerwil van een politieverbod rond de resterende hopen verzameld, op zoek naar tastbare herinneringen aan de rollercoaster. Het nostalgisch gescharrel verbroedert. “Het is wat hè?” opent ieder gesprek dat steevast uitmondt in liefdesbetuigingen, persoonlijke herinneringen en geklaag over het gemeentebeleid. “Ben je al in het huisje geweest?”, vraagt een jongen. “Daar heb ik dit gevonden” en hij haalt met een geheimzinnig gebaar een lege whiskyfles uit een binnenzak tevoorschijn. Een man zonder voortanden, die al zijn hele leven in Coney Island woont, struint over het terrein en stopt een paar flinke, geroeste spijkers in zijn zak. “Wat hier ligt is [19-01-09] thunderbolt.jpggoud waard”, meent hij. “Probeer vanavond eBay maar. Er zijn veel mensen die flink willen betalen als ze weten dat het van de Thunderbolt komt.”

Verderop komt een man aangestapt met een roestig steekkarretje. Of het bij de achtbaan hoort is maar de vraag, maar de nieuwe eigenaar is zichtbaar verheugd. Even later heeft hij een heus objet d’art vanonder een struik gesleept: een verweerd draaihekje. Het heeft ongetwijfeld miljoenen mensen de toegang verschaft tot een hartverlammend ritje door de lucht. De tandeloze man knikt bewonderend. “Dat is mooi. Dat zou ik zo meenemen naar huis, opknappen en er een salontafel van maken.”

Aangestoken door het enthousiasme graaf ik wat mee in de puinhopen. Het mooiste wat ik vind is een dik stuk turquoise glas met een schroefdraad. Waar het heeft gezeten of waarvoor het heeft gediend, ik heb geen flauw idee. Maar ik heb mijn souvenir aan de Thunderbolt. En aan Alvy Singer.

©RdL
De Filmkrant
januari 2001