« Thunderbolt wordt afgebrokenBetter be Brooklyn »

WASHINGTON IN FILMS

1

apr

2001

De meeste mensen die voor het eerst in New York komen herkennen de stad ‘uit de film’. Iedereen worstelt even met het stratenplan en de metrolijnen, maar op de een of andere manier voelt New York, vooral bij filmfans, meteen vertrouwd aan.

Na een tijdje verlies je die blik een beetje. Op den duur wordt New York gewoon een stad als vele andere. Steeds minder heb je het gevoel gast te zijn op een non-stop filmset. Films die zich er afspelen leveren eerder een feest van herkenning op (zo zag ik eens in Rounders een onooglijk winkeltje terug waar ik ooit een ontzettend smerig broodje had gekocht) dan een verre, magische fantasiewereld.

Maar die blik en dat gevoel, behoorlijk enerverend voor een filmliefhebber, valt heel gemakkelijk weer op te roepen door te reizen in de Verenigde Staten. Soms lijkt Amerika één groot filmdecor. En dat is het natuurlijk ook. Noem een staat of een landschap en je kunt er wel een filmtitel bij verzinnen. In New England waan je je zo in Beetlejuice of The Witches of Eastwick, het zompige zuiden roept herinneringen op aan films als Down By Law, Gone With the Wind of Mississippi Burning op en trek je door het ruige zuidwesten dan verwacht je ieder moment Thelma & Louise te zien langsscheuren.

Alleen al bij de naam Kansas denk je aan The Wizard of Oz, de curieus gevormde Devil’s Tower in Wyoming is vooral leuk als je Close Encounters of the Third Kind hebt gezien en midden in suf Iowa stuit je op het huis en de overdekte brug waar Clint Eastwood en Meryl Streep hun romance beleefden in The Bridges of Madison County. Een half jaar geleden passeerde ik op een provinciale weg een huis waarvan ik zweer dat het figureerde als Forest Whitakers garage in Smoke. Aan dit soort avontuur geen gebrek in dit land.

Dat merkte ik weer tijdens een recent tripje naar Washington. Het Watergate gebouw, prominent in All the President’s Men, de vijver voor het Lincoln monument waar Forrest Gump digitaal opdook tussen anti-Vietnam demonstranten, het bankje waar jurist Jim Garrison in JFK cruciale informatie kreeg van de mysterieuze X en Capitol Hill waar Joan Allen in The Contender door Gary Oldman wordt gemangeld, het is er allemaal. Je kent het uit de film.

Washington roept vanzelfsprekend een bepaald soort verhalen op. De stad staat immers niet alleen symbool voor nationale - en internationale - macht maar ook voor politiek faillissement en corruptie. Zolang Amerikanen hun politici beschouwen als op seks, geld en nog meer macht beluste sukkels (en zolang de praktijk dat beeld bevestigt) is er stof voor drama. Dat speelt zich dan ook voornamelijk af achter de deuren van limousines, regeringsgebouwen, de oval office, dure restaurants en sjieke hotelkamers, kortom ver verwijderd van de realiteit van alledag.

Terwijl ook in Washington het drama op straat ligt. Zo zit er pal tegenover de voordeur van het Witte Huis een vrouw. Al twintig jaar. Twintig jaar. In 1981 stelde Concepcion Picciotto zich voor ‘s werelds bekendste gebouw op om te protesteren tegen de nucleaire wapenwedloop en besloot te blijven. Tussen twee borden vol leuzen, weerzinwekkende foto’s van slachtoffers van nucleaire rampen en kopieën van artikelen die over de hele wereld over haar zijn verschenen.
De Amerikaanse overheid is in haar visie verantwoordelijk voor leed en uitbuiting van mensen over de hele wereld, dus de lokatie is perfekt, zo tussen de miljoenen toeristen die het Witte Huis jaarlijks trekt.

Terwijl nieuwe buren - Ronald Reagan, George Bush, Bill Clinton en ‘Dubya’ Bush - kwamen en gingen bleef Concepcion zitten. Permanent rechtop, want liggen wordt in het plantsoentje juridisch beschouwd als kamperen en dat mag niet. Ze babbelt met nieuwsgierige Japanse toeristen voor wie ze haar oproepen tot wereldvrede ook in vertaling heeft en voert pelpinda’s aan langsrennende eekhoorntjes.

Haar plekje verlaat ze uitsluitend voor een bezoekje aan toilet of douche en altijd draagt ze, verborgen onder een gebloemde hoofddoek met haarspelden, een helm ter bescherming tegen slecht weer en agressie van rechtsradicalen, politie en vandalen. Wat haar betreft blijft ze er zitten ‘totdat God besluit dat het tijd is om te stoppen.’ Concepcion is misschien iets minder fotogeniek dan Erin Brockovich. Borsten ogen nou eenmaal leuker dan een valhelm. Maar er zit een prachtige film in.

©RdL
De Filmkrant
April 2001