« Na 9/11 - de eerste zondagReacties in Arabische kringen »

WALL STREET WEER OPEN

18

sep

2001

Wall Street is weer open. Onder zware bewaking van politie en leger keerden vanochtend handelaren, hoekmannen en ander personeel van de beurs na zes dagen terug naar het financieel centrum van de westerse wereld.

Een kwartier voor de ceremoniële heropening staan voor het gebouw tientallen clerks in stofjasjes gespannen te roken. “Ik ben blij weer terug te zijn” zegt er een. Een ander vindt het tijdstip te vroeg. “Ze hadden beter kunnen wachten tot de orde een beetje was hersteld.“

Van orde in de direkte omgeving is vooralsnog geen sprake. Boven, tussen de zes zuilen van het gebouw die nu deels schuilgaan achter een immense Amerikaanse vlag, speuren politiemensen met verrekijkers over de straten die zijn bezaaid met agenten en soldaten. Het asfalt is bedekt met een dunne laag grijs stof. Veel mensen dragen stofkapjes of zelfs filtermaskers voor hun neus en mond.

Het nabijgelegen Regent Hotel is de afgelopen dagen onafgebroken open geweest. Mensen uit de direkte omgeving mochten er logeren of kwamen naar het terplekke ingerichte crisiscentrum. Electriciteit? “Die komt van die generator daar” wijst de portier op een enorme, lawaaierige machine. Voor een Ierse pub staat een man op een ladder met een hogedrukspuit het stof van de luifel te spuiten. Een man laat zijn haar knippen door een kapper met een stofkapje voor.

Een wijnwinkeltje, een straat achter het beursgebouw, is juist voor het eerst weer open gegaan. Een verkoper vertelt dat men het hele weekend bezig is geweest het stof uit de winkel te verwijderen. Hij is blij dat Wall Street weer open is en hij weer aan de slag kan. “Maar ik voel me wel ongemakkelijk met de werkzaamheden die verderop, op de puinhopen, gaande zijn.”

De Chinese eigenaar van een juwelierszaak staart gelaten naar buiten waar vrijwel uitsluitend mensen in uniform langskomen. Hij is optimistisch over de beurs. “En uiteindelijk komen mijn vaste klanten ook wel weer terug.” In een eveneens juist geopend koffietentje, schuin tegenover het beursgebouw zal men, zo belooft een bord voor de deur, een week lang gratis koffie verstrekken. Er zitten politiemensen in groepjes uit te blussen. De dame achter de toonbank weigert geld aan te nemen voor een kopje koffie.

Op Broadway staan twee aandelenhandeleren bij een telefooncel. Ze hadden gehoopt in het gebouw waar ze voor staan vandaag weer aan het werk te kunnen. Maar er is geen electriciteit. De ene houdt telefonisch contact met iemand die weet wat er gaande is in de beurs. “Vijf procent naar beneden” zucht hij en hangt weer op. Zijn collega durft nauwelijks hardop uitspraken te doen over de nabije toekomst van de Amerikaanse economie. “Maar de plaatselijk economie komt sowieso in een recessie”, meent hij.
Volgens hem zullen toeristen nog wel een tijdje wegblijven. Er zijn immers nog steeds terroristen op vrije voeten en “New York blijft een doelwit. Denk maar aan Grand Central of Penn Station. Denk maar aan het electriciteitsbedrijf. Denk je dat dat wordt bewaakt? Daar zit een oudere dame met een minimumloon voor de deur. Dat is alles.”

Zou het leven in deze straten op korte termijn enigszins normale vormen kunnen gaan aannemen, dichter naar het gebied rond de weggevaagde Twin Towers is de sfeer beduidend macaberder. Hier zit het stof tegen de muren en ramen. Her en der liggen hopen brokstukken en direkte restanten van de bedrijven die in de torens huisden, zoals een verfrommeld formulier van een verzekeringsmaatschappij. Een vrachtwagen voert enkele vreemd verbogen, enorme stalen balken af.

De manager van een klein filiaal van de broodjeszaak-keten Blimpie, drie straten ten zuiden van het World Trace Center complex, staat voor het eerst weer in de deuropening van de winkel die hij een kleine week geleden halsoverkop moest verlaten toen de eerste toren instortte. “Ik heb gerend voor mijn leven.” Hij is bezig de zaak te ontdoen van het alomaanwezige stof en hoopt woensdag weer electriciteit te hebben. Maar hij verwacht op z’n vroegst pas over een week weer klanten te kunnen ontvangen.
Veel hoop op financiële schadevergoeding van de overheid heeft hij niet. “Ik denk dat er niet genoeg geld is om iedereen te helpen” zegt hij. “Kom binnenkort maar een broodje eten, dat geld kunnen we wel gebruiken.”

©RdL
Trouw
18 september 2001