« Vliegramp RockawaysTwin Towers Werklozenbeurs »

ROCKAWAYS TWEE DAGEN NA DE VLIEGTUIGRAMP

16

nov

2001

Twee dagen geleden werd Rockaway Island getroffen door een vliegramp. Maar de rust op het afgelegen deel van New York lijkt grotendeels te zijn teruggekeerd. Bewoners hebben weliswaar hun twijfels over de oorzaak van de ramp, ze laten hun leven er niet door in de war schoppen. Of ze hebben er de energie niet meer voor.

“De mensen zijn verdoofd na alle verdriet van de afgelopen weken.” Dat is de beste verklaring die sergeant Michael O’Sullivan heeft voor de relatief rustige sfeer in de woonwijk Belle Harbor, onderdeel van het stadsdeel Queens. De hechte gemeenschap werd op 11 september hard getroffen: zeventig bewoners kwamen toen om bij de aanslagen op het World Trade Center. “We hebben hier zoveel begrafenissen en herdenkingsdiensten achter de rug.”

O’Sullivan staat bij een politieversperring rond het afgezette gebied waar brandweerlieden bezig zijn met het opruimen van de resten van de neergestorte Airbus A300. De politieman, die niet op het eiland woont meer er wel werkt, heeft zelf voorlopig z’n portie ellende gehad. “Eerst 11 september, nu dit. Als er nu nog zoiets gebeurt dan weet ik het even niet meer. Ik zal niet mijn beroep opgeven, maar misschien zal ik wel overwegen naar een rustiger plek te verhuizen.”

Toch maakt hij geen gespannen of gedeprimeerde indruk. Terwijl hij praat wordt er via zijn radio melding gemaakt van een nieuw vliegtuigongeluk, zo’n tien stratenblokken westwaarts. Twee politiewagens razen in volle vaart voorbij. O’Sullivan kijkt even verschrikt maar haalt na een korte blikwisseling met zijn vrouwelijke collega weer rustig adem. “Krijgen we dat weer,” grijnst hij. “Sommige mensen vinden het leuk de politie te laten rennen” verklaart zijn vrolijke collega hun lakonieke houding. “We zijn de afgelopen weken helemaal gek geworden van de valse bommeldingen.”

“Dit is zo’n vreemde plek” vervolgt O’Sullivan, die op het nabijgelegen politiebureau aanwezig was toen het vliegtuig neerstortte. “Ik was er meteen bij en heb vreselijke dingen gezien. De beelden van de lichamen van de slachtoffers kan ik maar niet uit mijn hoofd zetten. En tegelijkertijd, een straat verderop lijkt alles compleet normaal. Vergeleken met de ramp van het World Trade Center is het allemaal erg overzichtelijk.”

De gemeenschap mag dan tragisch genoeg opnieuw zijn getroffen, het aantal slachtoffers op de grond - vijf - is natuurlijk opmerkelijk laag. De emotionele impact is groter in bijvoorbeeld Washington Heights, een New Yorkse buurt waar veel immigranten uit de Dominicaanse Republiek wonen en waar ook veel van de 250 passagiers in het vliegtuig vandaan kwamen. Vlucht 587 is een begrip onder mensen die regelmatig tussen New York en de Dominicaanse Republiek reizen - er bestaat zelfs een liedje over.

In Belle Harbor daarentegen is de sfeer rond de afgesloten zone hier en daar ronduit gemoedelijk. Bewoners kijken vanuit hun tuintjes nieuwsgierig toe hoe een van de gevallen vliegtuigmotoren op een vrachtwagen wordt geladen en weggereden. Een moeder leidt haar springerige peuter over de kabels van een televisieploegje.
Vier jongetjes van een jaar of acht komen langs met een trekkarretje waarop ze een koelbox hebben gezet. Er zitten flesjes water en frisdranken in die ze brandweer- en politiemensen aanbieden. De jongens zijn leerlingen van St. Francis School, de school die nog geen twee blokken is verwijderd van de rampplek en tot maandag is gesloten. Een van hen woont in een huis dat grenst aan de getroffen lokatie. “Ja, ik ben wel bang” geeft hij toe. Maar hij en zijn vriendjes lijken zich prima te vermaken en poseren uitgelaten voor fotografen en televisiecamera’s.

De media mogen het gewoonlijk zo rustige eiland - een van de weinige plekken in New York waar je tientallen mensen ziet fietsen - op z’n kop hebben gezet, sommige bewoners lijken de aandacht wel gezellig te vinden. “Een week geleden hadden de meeste mensen nog nooit van Belle Harbor gehoord”, vertelt Lenny Sardella in de deuropening van zijn video- en cd-winkel, pal tegenover het Texaco pompstation waar de tweede vliegtuigmotor een kleine krater in het plaveisel heeft geslagen. “Nu staat de hele wereld op mijn stoep.”

Even later vertelt hij opgewekt voor de zoveelste keer, ditmaal tegenover een Britse documentairemaker, hoe bang hij was toen het vliegtuig rakelings overscheerde en twee blokken verderop in vlammen opging. “Ik was hier met mijn kinderen, die maandag vrij hadden. We renden naar de achteruitgang maar daar zagen we de rook van de eerste gevallen motor. Op dat moment dacht ik dat we opnieuw, en van alle kanten tegelijk, waren aangevallen.” De angst van het eerste moment is twee dagen later vrijwel verdwenen. Maar, benadrukt Sardella, hij moet nog zien dat het om een ongeluk gaat.

Hetzelfde geluid klinkt in pizzeria Plum Tomatoes, verderop in de straat. De manager van het restaurant, waar pizza’s worden verpakt in dozen met het opschrift ‘United we stand’, laat zich vooralsnog niet geruststellen door de eerste verklaringen dat de ramp is veroorzaakt door technische problemen. “We weten niet wat er is gebeurd en ik vraag me af of we het ooit zullen weten. De overheid heeft er alle belang bij nog meer onrust en angst te voorkomen en de toch al zo getroffen vliegtuigindustrie te sparen.”
Tegelijkertijd is hij niet verbaasd over de rust die er in de buurt heerst. “Natuurlijk is er verdriet. Maar het had ook zoveel erger kunnen zijn.”

©RdL
Trouw
16 november 2001