« Here is New York fototentoonstellingHalloween na 9/11 »

PATRIOTISME OP NEW YORKSE SCHOLEN

29

okt

2001

Amerikaanse schoolkinderen hebben de afgelopen weken op verzoek van president Bush, die hen vroeg allemaal $ 1 te doneren, een half miljoen dollar verzameld voor Afghanistan. New Yorkse schoolkinderen hebben sinds eind september dollarcenten verzameld. De opbrengst, naar verwachting een miljoen dollar, gaat naar nabestaanden van slachtoffers van het World Trade Center.
Kinderen worden aktief betrokken bij de gevolgen van de ramp op 11 september. Maar hoe gaat men op scholen verder om met het gebeurde? En is er aanleiding voor meer patriottisch vertoon op scholen?

Op het schoolplein van P.S. 142, een openbare lagere school in de Lower East Side, in downtown Manhattan, is een maand na de ramp een muurschildering gemaakt. Een kunstenaar zorgde voor de omtrekken van een adelaar, het Vrijheidsbeeld, de Amerikaanse vlag en twee ineengeslagen handen (bruin en wit). Leerlingen en ouders mochten vervolgens helpen bij het inkleuren.
“De kinderen zijn ontzettend trots op de schildering. De vlag vinden ze het mooist”, vertelt Zulma E. Candelario, het hoofd van de school. Vanaf de tweede, bovenste verdieping van het gebouw, dat zo’n 500 met name hispanic, zwarte en Aziatische leerlingen uit de buurt huist, hebben kinderen de Twin Towers twee kilometer verderop zien instorten. Sommigen hadden daarvoor de vliegtuigen al gezien.

Candelario wandelt, een Amerikaans vlaggetje op de borst gespeld, opgewekt door het gebouw waar kinderen zitten te lezen, met papier maché in de weer zijn of in rommelige rijen door de gangen stappen. Ze dragen schooluniformen met een blauwe Schotse ruit. De uniformen geeft ze het gevoel ‘bij de familie te horen’ meent Candelario, die meerdere keren spontaan wordt omarmd door kinderen en afwisselend in Engels en Spaans met collega’s converseert.

In een van de gangen hangt een American quilt, een ‘lappendeken’ van tekeningen naar aanleiding van de aanslagen. Veel kinderen hebben de Amerikaanse vlag getekend, voorzien van teksten als ‘God bless America’ of ‘Go! Go! USA Go! Go!’. Candelario heeft een tekening apart gehouden. Die vindt ze zo ontroerend dat ie op een speciaal plekje moet komen. Een vijfjarig meisje heeft de Twin Towers getekend, met een vliegtuig ernaast en een regenboog erboven. De Twin Towers huilen.

Afgezien van deze tastbare herinneringen aan de afgrijselijk gebeurtenis die zo dichtbij heeft plaatsgevonden lijkt de sfeer op de school zo goed als normaal. Hoewel, hoe zit het met de instrukties voor nooddrillen die her en der aan de muren hangen? Candelario: “Die worden standaard drie keer per jaar gehouden, dat is niet nieuw.” Maar ze voegt er aan toe dat ze zich heeft voorgenomen dat aantal op te voeren en de oefeningen nog serieuzer aan te pakken. “Ik wil dat iedereen precies weet wat ie in een noodsituatie moet doen.”

Voor het overige is de dagelijks routine van begin september weer vrijwel hersteld. “Gelukkig hebben wij geen ouders verloren, dat scheelt”, zegt Candelario. Ze vertelt dat de school de vrijdag na de ramp, in aanwezigheid van psychologen en sociologen die kinderen emotioneel opvingen, de deuren weer opende. “Natuurlijk heerst er een zekere angst. Maar we moeten verder. En kinderen verwerken dit soort dingen sneller dan volwassenen.”

Wat leren de leraren hun leerlingen naar aanleiding van de terroristische aanslagen? “Tolerantie”, zegt Candelario beslist. “Als een kind met een tekening uitdrukt ‘we moeten ze allemaal doodmaken’, dan leggen wij uit dat de mensen die dit hebben gedaan ziek zijn. En dat we daar mee om moeten zien te gaan. Ik weet natuurlijk niet wat ouders hun kinderen thuis vertellen, maar wij verkondigen hier liefde en tolerantie.”
Zij ziet geen redenen voor extra patriottische uitingen op haar school. Over de fundamenten, principes en ontstaansgeschiedenis van Amerika wordt immers dikwijls gesproken, de vlag wappert, net als in de meeste openbare scholen, standaard buiten het gebouw en is in ieder lokaal aanwezig. “Oude of vieze vlaggen haal ik persoonlijk weg om ze te vervangen door nieuwe”, zegt Candelario.

Hetzelfde geluid klinkt van de Epiphany School, een katholieke lagere school in het welgestelde, overwegend blanke Gramercy, aan de oostkant van Manhattan. “De eerste tijd hebben we met leerlingen veel gepraat over het belang van familie en waarden. Inmiddels is het meer een kwestie geworden van reageren op de behoefte van kinderen. We blijven nadrukkelijk openstaan voor kinderen die vragen hebben of willen praten“, zegt James L. Hayes, hoofd van de school.

De bombardementen in Afghanistan en de miltvuur-dreiging komen weliswaar in de klassen aan de orde, maar voor veel van de jonge leerlingen zijn die verhalen te ver van hun bed. De multiculturele samenleving van New York zegt ze veel meer. Hayes: “We praten nóg meer dan anders over tolerantie. Het feit dat we een aantal leerlingen met een Arabische achtergrond hebben maakt dat in deze situatie alleen maar gemakkelijker.
New Yorkse kinderen zijn heel wereldwijs wat dat betreft. Onze oudere leerlingen zitten in een gebouw temidden van allerlei Pakistaanse restaurants. Die zitten de hele dag in de curry-geuren. Onwetendheid, zoals je in kleine steden wel aantreft, is hier ver te zoeken.”

Ook middelbare scholieren lijken zich weer te concentreren op hun reguliere lesmateriaal. Maar adolescenten, die kranten lezen en zelfstandig televisie kijken, zijn vanzelfsprekend aktiever betrokken bij de ontwikkelingen in het binnen- en buitenland. “Gisteren hadden we het tijdens wiskundeles ineens over de Taliban. Ik weet niet meer hoe we daar nu op kwamen,” zegt Sam Lewis, een leerling van Birch Wathen Lenox School, een privé high school in de deftige Upper East Side.
Sam, die over een maand 17 wordt, vertelt dat leraren nauwelijks uit zichzelf beginnen te praten over de internationale crisis. “In klassikale gesprekken gaan ze vooral in op onze vragen en op wat wij zelf weten.” Van toegenomen patriottisme merkt hij weinig op zijn school. “Hoewel, voor Engels moesten we een opstel schrijven over ‘wat betekent het om Amerikaan te zijn’. Dat was volgens mij naar aanleiding van 11 september.”

De New York City Board of Education, de gemeentecommissie van onderwijs, acht de gebeurtenissen van anderhalve maand geleden een gepaste gelegenheid de vaderlandsliefde op scholen een nieuwe impuls te geven. De afgelopen weken heeft de commissie openbare scholen strakke richtlijnen gegeven voor de wijze waarop schoolhoofden en leraren dienden om te gaan met de nasleep van de ramp.
Die richtlijnen betroffen voornamelijk de emotionele opvang van kinderen (‘bespreek de feiten en relevante details van het gebeurde’, ‘onthoud dat er culturele verschillen zijn en dat leerlingen hun emoties op verschillende manieren uiten’), hun gevoel van veiligheid, suggesties om de tragedie klassikaal te bespreken en te verwerken (kunst- en schrijfopdrachten, liedjes zingen) en het benadrukken van het belang van tolerantie (‘Vraag leerlingen of ze wel eens zijn gestereotypeerd, vraag ze hoe dat voelde’).

Maar nu gaat de commissie een stapje verder. Vorige week werd bekend gemaakt dat de commissie een voorstel heeft aangenomen om de dagelijkse pledge of allegiance op scholen officieel in ere te herstellen. Deze belofte van trouw aan de vlag is weliswaar nooit uit de wet verdwenen, maar volgens commissieleden lapten in de praktijk veel openbare scholen het ritueel aan hun laars. Het behelst het hardop en met de hand op het hart, reciteren van de volgende tekst:

“Ik zweer trouw aan de vlag
van de Verenigde Staten van Amerika
en aan de republiek waar die voor staat.
Eén natie, onder God, ondeelbaar
met vrijheid en gerechtigheid voor allen.”

De voorzitter van de commissie noemde het initiatief tegenover de New York Times “een bescheiden manier om de helden van 9/11 te danken en hen te laten weten dat ze in de openbare scholen niet zullen worden vergeten.” Dat argument kan gemakkelijk worden opgevat als holle retoriek in een tijd waarin de stad nog rouwt om de duizenden slachtoffers die bij de aanslagen zijn gevallen en grotendeels nog niet eens zijn geborgen.

Maar voor veel mensen is de belofte een expressie van de filosofie die kinderen in Amerika al vroeg wordt voorgehouden. Zoals Candelario het omschrijft: “We zijn allemaal anders, we hebben verschillende achtergronden, maar we moeten samenwerken. Amerika is van ons allemaal.” Zij hecht grote waarde aan de belofte en zorgde er, toen zij in 1999 aantrad als schoolhoofd, voor dat het ritueel terugkeerde naar P.S. 142. Daar wordt de tekst nu dagelijks klokke negen uitgesproken. “Kinderen vinden het prachtig om het te mogen doen. Zelfs vierjarigen kennen de tekst uit hun hoofd.”

Niet iedereen is het ermee eens dat de belofte saamhorigheid kan dienen. Bij de New York Civil Liberties Union, een organisatie die de constitutionele rechten van Amerikaanse burgers bewaakt, heeft men alarm geslagen naar aanleiding van het gemeentebesluit. “Het dwingt jonge mensen hun persoonlijke denkbeelden openbaar te maken”, zegt Donna Lieberman, interim directeur van de instelling.
Het hooggerechtshof heeft in 1943 weliswaar vastgelegd dat geen enkele leerling kan worden gedwongen deel te nemen aan het ritueel, maar die bepaling is volgens Lieberman niet genoeg. “Wij dringen er bij de commissie op aan nadrukkelijk te laten weten dat kinderen en leraren mogen weigeren. Deelnemen is een vrijwillig gebaar.” Zij is bezorgd om de kwetsbaarheid van kinderen die gemakkelijk kunnen worden buitengesloten of onder druk gezet wanneer ze niet meedoen.

Hoewel het spreken over religie op openbare scholen niet is toegestaan, is volgens Lieberman het noemen van ‘God’ in de tekst niet onwettelijk. Evengoed is het woord voor sommigen een struikelblok. Bezorgde ouders die naar aanleiding van het gemeentebesluit de Civil Liberties Union hebben benaderd, hebben uiteenlopende problemen met de belofte. “Sommige mensen hebben religieuze bezwaren, of vinden het ritueel te militaristisch. Anderen hebben bezwaren tegen de Amerikaanse politiek in het Midden Oosten. Sommige leerlingen zijn niet eens Amerikaan en willen alleen hun eigen vlag eren.”

Lieberman noemt het ritueel “een typisch geval van vorm boven inhoud. De vlag heeft voor verschillende mensen verschillende betekenissen. Voor velen symboliseert de vlag juist het recht op persoonlijke denkbeelden.“ Volgens haar is het typerend dat in tijden van crisis fundamentele rechten, die gewoonlijk in Amerika zo hoog in het vaandel staan, in het nauw komen. “We moeten van onze politieke leiders eisen dat ze die rechten juist met de grootst mogelijke waakzaamheid verdedigen.”

©RdL
Trouw
29 oktober 2001