« Empire State Building weer openDe helende kracht van teddyberen »

NEW YORK NA DRIE WEKEN

5

okt

2001

Drie weken na de ramp die New York op 11 september trof is de stad nog lang niet de oude. Tienduizenden mensen zijn werkloos geraakt, in downtown Manhattan hebben zo’n 8000 evacuées nog steeds niet kunnen terugkeren naar hun woningen en liggen nog miljoenen telefoonlijnen plat. Overal in de stad zijn de naweëen van de gebeurtenissen nog dagelijks voelbaar.

Zelfs al die New Yorkers wier leven niet direkt is geraakt door de catastrofe kunnen zich niet onttrekken aan de gevolgen ervan. De brandgeur is, afhankelijk van de wind, in verschillende delen van de stad nog waarneembaar. Verspreid over de stad hangen nog steeds de foto’s van de duizenden vermisten. Politieagenten op iedere straathoek en in elk metrostation zijn vast onderdeel geworden van het stadsbeeld. Evenals verkopers van speldjes met de Amerikaanse vlag of rampsouvenirs, zoals placemats met een foto van de twee brandende torens.
Taxichauffeurs, onder wie velen afkomstig uit Arabische landen, zijn veelal veranderd van mompelende einzelgängers in vriendelijk babbelende gastheren. Zware bewaking en metaaldetectoren zijn al bijna normaal geworden, of het nu gaat om overheidsgebouwen of Carnegie Hall.

De infrastructuur van Manhattan is drastisch veranderd. Sommige bruggen en tunnels zijn (gedeeltelijk) afgesloten en het grootste deel van Manhattan mag tussen 6 en 12 uur ‘s ochtends niet worden betreden door auto’s met minder dan twee inzittenden. De inspecties die de politie uitvoert op vrachtwagens die de stad binnengaan, vergroten de verkeersproblemen.
Een aantal metrolijnen slaat downtown Manhattan over. De lijnen die onder het World Trade Center liepen zijn op sommige plekken zo zwaar beschadigd dat ze opnieuw zullen moeten worden gebouwd, een klus die jaren kan gaan duren.

The New York Times wijdt dagelijks een heel katern aan de implicaties van de aanslagen. Reportages uit Afghaanse vluchtelingenkampen staan naast de overlijdensberichten van de New Yorkse slachtoffers. En op straat, in café’s en restaurants is er eigenlijk maar een gespreksonderwerp: de ‘huidige situatie’, begonnen op ‘9 11’, zoals de ramp in de volksmond is gaan heten. Wie ‘even geen ramp’ meer wil kan het best de stad letterlijk verlaten.

Maar vooral in het zuidelijk deel van Manhattan wordt duidelijk hoeveel mensenlevens sinds 11 september zijn veranderd. Is het gebied direkt rond het vernietigde World Trade Center uitsluitend toegankelijk voor autoriteiten en bergingswerkers, ook de straten rondom het rampgebied maken nog steeds een verlaten indruk.
In Restaurant Le Zinc op Duane Street, de grens van de door politie afgeschermde zone, zitten op een doordeweekse dag rond lunchtijd vijf mensen te eten. “Wat wil je,” zegt de overigens opgewekte barman, “niemand heeft in deze omgeving iets te zoeken.” De klanten die hier wel verschijnen zijn volgens hem vooral buurtbewoners die de lokale ondernemingen een hart onder de riem willen steken.

Iets verderop is restaurant City Hall eveneens vrijwel uitgestorven. “De inkomsten zijn met zo’n 70% gedaald”, zegt de sombere gastheer bij de deur. Voorheen had de zaak veel vaste klanten. “Veel van hen zijn nu werkloos of…” hij slaat een kruisje “…overleden.” Men heeft de lunch- en dinerkaart samengevoegd tot een simpeler menu voor de hele dag. “Vroeger kon je niet ‘s avonds een hamburger krijgen, nu wel.”

Fietsenwinkel Gotham Bikes bevindt zich net binnen de afgesloten zone. Mensen die het gebied binnen willen moeten identificatie laten zien en politie uitleggen wat ze er komen doen. “Dat is voor ons een ramp” zegt een verkoper. “Bovendien doet onze telefoon het niet. Het gaat heel slecht. Gewoonlijk komen toeristen fietsen huren en komen fietskoeriers voor reparaties of onderdelen. Maar die hebben hier nu nauwelijks werk.” Hij en zijn collega vervelen zich zichtbaar te pletter, maar toch weigeren ze bij de pakken neer te zitten. Waarom houden ze de winkel open? “Voor het moreel van de buurt” luidt het antwoord.

Het buurtgevoel is een belangrijke inspiratiebron voor de energie en solidariteit die mensen in deze omgeving op de been houdt. Bewoners hebben speciale websites opgezet en organiseren bijeenkomsten om zoveel mogelijk informatie over de huidige stand van zaken en de nabije toekomst van hun buurt te verzamelen.
Volgens schattingen - zelfs gemeenteambtenaren hebben geen precieze cijfers - zijn er aanvankelijk zo’n 20.000 mensen geëvacueerd. Daarvan verblijven er 8.000 nog steeds in hotels of logeren bij familie en vrienden. De opvangcentra die het Rode Kruis aanvankelijk had ingericht zijn inmiddels allemaal gesloten, nadat iedereen een betere plek had gevonden. Maar de meesten hebben geen idee wanneer ze hun eigen huizen weer kunnen betrekken. De overige 12.000 zijn volgens een recent bericht in The New York Times inmiddels wel teruggekeerd.

Maar dat is niet het einde van hun problemen. Om hun huis te bereiken moeten mensen soms meerdere keren identiteitspapieren laten zien bij de barricades, die bovendien nog wel eens verschuiven. Volgens een medewerker van het plaatselijke telefoonbedrijf liggen er “nog 10 miljoen telefoonlijnen plat.” Het bedrijf deelt op verschillende lokaties draadloze toestellen uit en regelt dat inkomende gesprekken naar het nieuwe nummer worden doorgestuurd.

Ook moeten teruggekeerde bewoners hun huizen grondig schoonmaken als er stof is binnengekomen. Een woordvoerder van het bureau voor milieubescherming dat dagelijks de kwaliteit van de lucht rond het rampgebied meet, zegt desgevraagd dat mensen wordt aangeraden daar professionele hulp bij in te schakelen, in verband met mogelijk vrijgekomen asbest. Verder krijgen bewoners te maken met logistieke problemen, zoals gesloten metrostations en de afwezigheid van taxi’s.

Gemeentevoorlichters beleggen informatieavonden maar zijn nauwelijks in staat aan te geven op welke termijn dit soort obstakels uit de weg kunnen worden geruimd. Dit tot groeiende frustratie van bewoners. In sommige gevallen hebben huurders zich al verenigd in huurstakingen, waarbij ze eisen dat hun huur onder deze omstandigheden wordt verlaagd.
De nabijheid van het fysieke litteken in de stad zal er ongetwijfeld voor zorgen dat veel bewoners lower Manhattan definitief willen verlaten. Maar wie er rondloopt en flyers ziet hangen voor gratis pottenbaklessen voor kinderen en spontaan georganiseerde feestjes voor de ‘kids of ground zero’ kan niet anders dan constateren dat veel andere buurtbewoners het voornemen hebben hun direkte omgeving ondanks alles juist leuker te maken.

Ook veel bedrijven hebben in dit deel van Manhattan moeite de draad weer op te pakken. De gemeente heeft, in samenwerking met particuliere bedrijven, op diverse lokaties centra ingericht waar ondernemers informatie en praktische hulp kunnen krijgen.
In een geïmproviseerd kantoortje vlakbij Wall Street heeft de eigenaar van een klein technologiebedrijf zojuist naar de mogelijkheden van tijdelijke bedrijfsruimte geïnformeerd. Zijn kantoor, voorheen pal naast het World Trade Center, heeft hij alleen tijdens een bliksembezoek van tien minuten mogen betreden. Hij wil zijn zes personeelsleden zo snel mogelijk ergens onderbrengen. De man zucht diep. “Want het kan nog wel een tijd duren voordat we terug kunnen naar onze eigen plek.”

De eigenares van een kleine nagelsalon er vlakbij betoont zich ronduit pessimistisch over de nabije toekomst. “De meeste van mijn klanten kwamen daar vandaan”, zegt ze, wijzend op de zwartgeblakerde resten van de Twin Towers waar ze op uitkijkt. “Nu komt er niemand.” De verzekeringsmaatschappij betaalt mee aan de schoonmaakkosten. “Maar de afgelopen drie weken hebben we geen inkomsten gehad. Ik maak me zorgen over de huur van deze maand,” zegt ze wanhopig.

En dan zijn er al die duizenden mensen die na de aanslagen hun baan hebben verloren. Ofwel doordat hun werkplek vernietigd of ontoegankelijk is, ofwel doordat werkgevers - bijvoorbeeld in de toeristische sektor - onmiddellijk op personeel zijn gaan bezuinigen. Zij kunnen terecht bij een kortgeleden door de gemeente geopend informatiecentrum, vlak bij het stadhuis. Het bestaan ervan is volgens een medewerkster nog niet aan de grote klok gehangen omdat het nog niet naar wens functioneert. ”Door electriciteitsproblemen werken onze computers nog niet.”

Buiten staat evengoed een flinke rij mensen. Een man die ruim drie weken geleden nog bij de gastenservice van het Millennium Hilton hotel werkte hoopt hier financiële steun te krijgen. Volgens hem kan het nog wel zes maanden duren voordat het beschadigde hotel weer wordt geopend. Hij maakt zich zorgen over zijn gezin met vier kinderen. De man voor hem in de rij kijkt ook bezorgd. Hij was een tijdelijke werkkracht voor een verzekeringsmaatschappij. “Het kantoor wordt weer gebruikt, maar er zijn zo weinig telefoonlijnen dat ze mij voorlopig niet kunnen gebruiken.” Bang om terug te keren naar het getroffen gebied zijn ze niet. Beiden willen maar een ding: zo snel mogelijk terug naar hun oude werk.

Ondertussen bevinden de meest direkte slachtoffers zich nog steeds in de rouwperiode. Hulp aan hen gaat nog steeds onophoudelijk door. Op een van de pieren aan de westkant van Manhattan is het Family Assistance Center ingericht. Hier komen mensen die familie of vrienden hebben verloren voor uiteenlopende vormen van hulp. Van informatie over juridische- of verzekeringskwesties en financiële bijstand bij het betalen van huur of hypotheek tot en met psychische ondersteuning.
Men kan er ook overlijdensaktes aanvragen. Sommige mensen doen dat en organiseren herdenkingsdiensten voor hun overleden gelieven. Maar de meesten zijn daar nog niet aan toe.

Volgens een medewerker van het Rode Kruis zijn er minder dan duizend aktes aangevraagd. “Veel mensen blijven toch hopen op een wonder.” Vanaf deze lokatie vertrekken sinds vorige week boten die nabestaanden in groepen van vijftig naar ground zero vervoeren. Diegenen die dat willen kunnen zo met eigen ogen de puinhopen aanschouwen die voor veel slachtoffers de laatste rustplaats zullen zijn.

Mensen, een gele sticker met ‘familie’, op de borst, verlaten het opvangcentrum met bloemen en teddyberen. Een man die enkele weken geleden nog ober was in het Windows on the World restaurant, in de top van een van de Twin Towers, heeft binnen financiële hulp gekregen, ondermeer in de vorm van voedselbonnen. Daarmee kan hij een maand vooruit. Hoe het daarna verder moet weet hij niet. Een tripje naar de ingestorte gebouwen, waar hij op 11 september pas om half elf aan het werk zou gaan en 73 collega’s heeft verloren, ziet hij voorlopig niet zitten. “Het enige wat je daar kunt doen is huilen.”

New York staat nog steeds grondig op z’n kop. En toch lijken sommige mensen in staat hun eigen leven redelijk onverstoord te leiden. Een jonge vader in Park Slope, Brooklyn sluit zich af van al het deprimerende nieuws en leest “de laatste tijd nauwelijks kranten.” Hij wil het leven zo normaal en onbezorgd mogelijk houden voor zijn tweejarige dochter.
Een man in een kantoor waar men buiten de renbaan kan gokken, in midtown Manhattan, laat zich niet uit het veld slaan door de wankele economie. Hij heeft zijn gokgedrag sinds 11 september niet aangepast. Zijn motto: “Leef vandaag, denk niet aan morgen.”

©RdL
Trouw
5 oktober 2001