« Twin Towers WerklozenbeursSegway gelanceerd »

KUNST IN NEW YORK DRIE MAANDEN NA 9/11

29

nov

2001

De New Yorkse kunst- en culturele sektor heeft in de nasleep van de gebeurtenissen op 11 september een flinke klap gekregen. Zo’n 2000 niet-commerciele kunstinstellingen maken zich op voor ‘de meest wankele tijd in dertig jaar’. Toch zijn er ook optimistische geluiden te horen.

Het merendeel van de culturele organisaties in New York heeft sinds 11 september substantiële economische verliezen geleden en krijgt te maken met ontslagen. De bezoekers die sindsdien wel naar musea, theaters, stadstuinen en bibliotheken gaan zijn voornamelijk New Yorkers zelf.
Dat zijn de belangrijkste conslusies van een onderzoek van het Center for an Urban Future, een in New York gevestigd onderzoeksinstituut, dat gedurende de eerste twee maanden de economische situatie van ruim 150 culturele instellingen volgde.

Uit het rapport, dat afgelopen week werd gepubliceerd, blijkt dat vrijwel alle bronnen van inkomsten voor kunstorganisaties zijn geslonken. Het aantal verkochte toegangskaartjes nam - zeker de eerste weken - sterk af, benefietevenementen leverden minder op dan verwacht, zo’n 2000 schoolreisjes werden afgezegd en donaties van bedrijven en gefortuneerde particulieren bleven achterwege of werden uitgesteld.
Bovendien heeft het gemeentebestuur bezuinigingen aangekondigd: het totale budget moet met 15% omlaag. Voor het departement van Culturele Zaken betekent dat dat er 20 miljoen dollar moet worden ingeleverd.

Voor een deel is het inkomstenverlies gemakkelijk te verklaren. Het toerisme in New York, een aanzienlijke pijler onder de plaatselijke economie, is drastisch afgenomen. Giften blijven uit als gevolg van de instabiele economie en het feit dat veel particulieren en bedrijven na ‘9/11’ een andere bestemming kozen voor hun donaties, zoals fondsen die ten goede komen van de hulpverlening en direkte slachtoffers van de ramp.

De situatie heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de werkgelegenheid. Alleen al in de theaterwereld zijn honderden banen verloren gegaan. Hoewel de meeste ontslagen, anders dan in het bedrijfsleven, niet onmiddellijk na 11 september vielen, voorspellen de onderzoekers dat de komende maanden nog veel meer mensen hun werk zullen verliezen. Ook zal veel gepland werk uitblijven doordat projekten zoals tentoonstellingen of theaterprodukties niet van de grond zijn gekomen of voorlopig zijn uitgesteld.

De ontwikkelingen zijn dramatisch te noemen voor een sektor die zo’n 130.000 banen te bieden heeft, jaarlijks 13 miljard dollar in het laadje brengt en - minstens zo belangrijk - in grote mate de vooraanstaande positie en identiteit van de stad bepaalt. New York is immers internationaal een van de meest levendige en toonaangevende steden op het gebied van mode, media en moderne kunst.

Niet voor niets kregen, na de eerste bittere periode, New Yorkers zelf als eersten weer oog voor alles wat hun stad te bieden heeft. Aangemoedigd door een stevige pr-campagne en de betere beschikbaarheid van kaartjes die doorgaans veelal door toeristen worden opgeëist, waren New Yorkers de afgelopen weken verantwoordelijk voor 52% van de kaartverkoop voor Broadwayshows, tegen 39% een jaar geleden in dezelfde periode. Bezorgdheid om te reizen zorgt ervoor dat New Yorkers meer dan anders kiezen voor uitjes in de direkte omgeving.

Die bevindingen bevestigt Carolyn Bane, woordvoerster van P.S. 1, het in een voormalige openbare school gevestigde museum voor hedendaagse kunst in Queens. “Ik schat dat we gewoonlijk zo’n 30% bezoekers van buiten de stad en buitenlandse toeristen krijgen, dus de eerste tijd was het hier erg stil. Maar sinds half oktober gaat het beter en de meeste bezoekers lijken uit de stad zelf te komen.”

Inmiddels worden er initiatieven genomen door mensen die doordrongen zijn van de cruciale rol van cultuur voor de wederopbouw van de stad. Enkele dagen geleden werd bekend gemaakt dat de Andrew W. Mellon Foundation, een New Yorkse particuliere instelling die de kunsten ondersteunt, een speciaal fonds heeft opgericht. Men is van plan op korte termijn 50 miljoen dollar te verzamelen om musea, theaters, dansgezelschappen en andere instellingen in nood zo snel mogelijk te helpen.

Het rapport, getiteld ‘Going on with the show’, mag dan weinig opbeurend nieuws bevatten, dat wil niet zeggen dat er alom pessimisme heerst bij de organisaties zelf. Juist nu zien veel kunstenaars en werknemers achter de schermen van culturele instellingen hoe belangrijk en relevant hun werk kan zijn in tijden van crisis.
Carolyn Bane: “De huidige situatie kan aanleiding zijn om opnieuw te beginnen en contructief en positief verder te gaan. Sommige kunstenaars die ik na de ramp heb gesproken vertelden dat ze bepaalde stukken niet konden afmaken, omdat ze er de relevantie niet langer van inzagen. Maar ik heb ze niet horen zeggen dat hun hele vak z’n waarde heeft verloren.”

De recente gebeurtenissen kunnen sommige kunstwerken zelfs een andere betekenis geven. “We hebben een videoprojekt waarin leiders, onder wie voormalig generaal Norman Schwarzkopf, worden geïnterviewd over de betekenis van moed. Dat heeft sinds 11 september een hele nieuwe dimensie gekregen.”

De Brooklyn Botanic Garden bleek de afgelopen weken zelfs een waar toevluchtsoord voor verontruste New Yorkers die zo lang mogelijk wilden profiteren van het aanhoudend zachte herfstweer. “We hebben 13,5 % meer bezoekers gehad”, zegt Jennifer Strikowsky, pr-hoofd van de botanische tuin. Dat leverde overigens niet meer inkomsten op: men hield tot eind oktober de hekken van de hortus gratis open.
Strikowsky: “Voor de gemeente vallen wij onder cultuur, dus ook ons budget gaat omlaag. Maar de kracht van de natuur blijkt in deze tijden een speciale betekenis te hebben. Veel mensen leken na de ramp een bezoek aan een tuin te prefereren boven een gesloten ruimte als een museum.”

Ook de leden van het dansgezelschap Blue Wing Dance Company, gevestigd in Harlem, kunnen de periode na 11 september uiteindelijk als positief en vruchtbaar beschouwen. Daags na de ramp besloten ze de voorstelling waar ze aan werkten te schrappen. “Maar van thuis zitten werden we allemaal nog treuriger,” vertelt Maryse Jacobs, de Nederlandse choreografe en leidster van het gezelschap. “Dus we zijn toch weer bij elkaar gekomen om te repeteren. Dat waren repetities waarbij vaak meer werd gepraat dan gedanst.”

Een van de stukken - dat draait om eenzaamheid en sociaal isolement - won daardoor alleen maar aan diepte en de groep, bestaand uit twintig mensen, is volgens Jacobs een stuk hechter geworden. De financiële situatie van het gezelschap is allesbehalve rooskleurig. De aanvragen voor subsidie, die zo’n 50% van het budget vormt, bleven in september tot na de inleverdatum liggen en sommige dansers hebben ook hun andere inkomsten voor werk als serveerster of dansleraar zien afnemen.
Toch besloot de groep de première zoals gepland op 16 november te laten doorgaan en de opbrengsten van de toegangskaartjes aan het Rode Kruis te schenken.

De voorstellingen trokken veel meer bezoekers dan verwacht en leverden enthousiaste, dankbare reakties op. Jacobs: “Toen realiseerden we ons hoe belangrijk het is dat we zijn doorgegaan. Juist nu is het van belang om originele kunst te maken. Dit moet overleven.”

©RdL
Trouw
29 november 2001