« De dag na 9/11Na 9/11 - de hulpverlening »

NA 9/11 - HET DAGELIJKS LEVEN

14

sep

2001

Wall Street is dicht. Theaters op Broadway zijn voor onbeperkte tijd gesloten. Betalen met een credit card is op diverse plekken niet meer mogelijk. Geëvacueerde Newyorkers maken zich zorgen om achtergebleven huisdieren. De stad kampt met een dringend tekort aan kantoorruimte, nadat niet alleen de World Trade Center is vernietigd, maar ook omliggende kantoren onbereikbaar zijn geworden.

De tot rampgebied verklaarde zone in het meest zuidelijke deel van Manhattan mag dan relatief klein zijn, overal in New York zijn de effekten van de catastrofe voelbaar in het dagelijks leven. In een visrestaurant op 5th Avenue in Brooklyn was gisteravond geen brood beschikbaar bij de salade. In verband met ‘de situatie’, verontschuldigde de ober zich, was de bakkerij niet in staat brood te leveren.

Dinsdag begaven zich, snel na de ramp, talloze mensen naar winkels om te hamsteren. “Dat gebeurt altijd, al bij de eerste de beste sneeuwstorm” zegt een assistent manager van Key Food, een supermarktketen. Gevolg: in zijn filiaal, in Brooklyn Heights, was aan het eind van de dag geen water meer te krijgen.

Er worden ook initiatieven genomen om het leven in New York onder deze omstandigheden juist iets te veraangenamen. Alle telefoons op straat mogen voor niets worden gebruikt. Een bioscoop iets ten zuiden van Union Square had woensdag uitgeroepen tot ‘A Day at the Movies’: iedereen werd uitgenodigd gratis een film te komen zien, inclusief popcorn en frisdrank. Een stuk van Broadway dat voor autoverkeer is afgesloten, wordt intensief gebruikt door wandelaars, skateboarders en fietsers die proberen te genieten van het prachtige nazomerse weer.

Tegelijkertijd probeert burgemeester Rudolph Giuliani een groot deel van zijn stad zo normaal mogelijk te laten functioneren. De meeste scholen die woensdag waren gesloten zijn een dag later wel open. Treinen van en naar de stad rijden weer en de metro kan grotendeels worden gebruikt. Woensdagavond riep Giuliani, in een poging de direkte economische schade voor de stad enigszins in te dammen, zijn burgers op vooral geld te spenderen in restaurant en winkels.

Maar echt normaal zal het er in New York voorlopig niet aan toe gaan. De heersende onrust wordt nog eens versterkt door een serie bommeldingen. Woensdagavond laat leek het Empire State Building, een andere innig gekoesterde wolkenkrabber, in gevaar en werd geëvacueerd. Donderdagochtend werden na bommeldingen enkele kantoorgebouwen in downtown Brooklyn en het vliegveld LaGuardia, dat juist op het punt stond gedeeltelijk te worden heropend, ontruimd.

Gevreesde vergeldingsakties op Islamitische en Arabische bewoners van de stad zijn vooralsnog uitgebleven, maar gespannen is de sfeer in sommige wijken wel. Plaatselijke media maken melding van verbale - geen gewelddadige - confrontaties. “Ga terug naar je eigen land”, “Vermoord alle Palestijnen”, en “Waarom hebben jullie dit gedaan?” zou er ondermeer zijn geroepen op Atlantic Avenue, in het noordwesten van Brooklyn, waar veel winkels met specialiteiten uit het Midden-Oosten te vinden zijn.
Maar de manager van Sahadi’s Specialty and Middle Eastern Foods, een beroemde winkel vol exotische lekkerijnen op die straat, heeft er niets van gemerkt. De woede op mensen met een Arabische achtergrond is absurd, meent hij. “Wat hier is gebeurd heeft niets met religie te maken. Dit zijn terroristen met veel geld en veel kunde.”

Bewoners van New York proberen ondertussen op hun eigen manier uiting te geven aan gevoelens van verdriet, woede en machteloosheid, maar ook van hoop, trots en saamhorigheid. Ineens zijn overal vlaggen zichtbaar. Op daken, aan gevels, op auto’s, zelfs aan schoudertassen worden de Amerikaanse sterren en strepen bevestigd. De boodschap is duidelijk: Amerika is springlevend en laat zich niet kennen.

Op Union Square was het woensdagavond een drukte van belang rond grote vellen papier die onder het ruiterstandbeeld van George Washington op de grond waren gelegd en waar iedereen reacties kan achterlaten. ‘Ik wil geen gerechtigheid, ik wil vrede’ heeft iemand opgeschreven. ‘Bush heeft dit gedaan’ meent een ander. Mensen leggen bloemen neer en steken kaarsjes aan. De vrolijke muziek die een man met zijn kinderen maakt en dankbaar wordt beluisterd door omstanders, wordt bijna overstemd door mensen die het woord nemen om de menigte zo luid mogelijk hun woedende reactie te laten horen.

In Greenwich Village stellen mensen zich op bij doorgaanswegen naar het rampgebied voor brandweer- en politiewagens om met spandoeken, gejuich en applaus New York’s Finest en New York’s Bravest die enkele honderden medewerkers missen, een hart onder de riem te steken. “Onze gebouwen kun je breken, maar niet onze geest”, roept iemand. Het ontzag en medeleven voor degenen die met man en macht proberen de puinhopen in downtown Manhattan te verwijderen is immens. In Park Slope, Brooklyn hangen overal op ruiten oproepen om de brandweer van de wijk, die meerdere brandweerlieden heeft verloren, zoveel mogelijk te steunen.

Bij de kazerne, op Union Street, zijn tientallen bossen bloemen en kaarsen neergezet. Een kind heeft een tekening van een brandweerman gemaakt, een ander heeft een speelgoedkrokodilletje achtergelaten. Alle voorbijgangers stoppen even om te kijken en hun respect te betuigen. Sommigen slaan een kruisje of buigen met gevouwen handen. Andere bedanken persoonlijk de brandweermannen die, met roodverbrande gezichten, naar buiten komen om weer aan de slag te gaan.

©RdL
Trouw
14 september 2001