« Aanslagen World Trade CenterNa 9/11 - het dagelijks leven »

DE DAG NA 9/11

13

sep

2001

Voor de ingang van het Bellevue Hospital, in het zuidoosten van Manhattan, staat een jonge hispanic man. Hij houdt een foto van een vrolijk lachend, mooi gekapt meisje omhoog. Maria Santillan, zijn 27-jarige zuster, wordt vermist.

Gisterochtend was ze op haar werk, op de 103de verdieping van de toren die het eerst werd getroffen door een gekaapt vliegtuig. Om 8.55 uur belde ze haar vader om te zeggen dat alles goed met haar was. ‘Ik moet snel weg’ zei ze. “Dat is het laatste wat we van haar hebben gehoord” zegt haar broer.

Bij dit ziekenhuis hebben tientallen mensen zich verzameld met foto’s en beschrijvingen van familieleden, vrienden en collega’s die sinds de aanslagen van dinsdagochtend op het World Trade Center niet meer zijn gezien.
Twee jonge vrouwen staan huilend voor een televisiecamera, in hun hand een foto van een jongeman in een speedboot. Een man laat een polaroid van zijn 47-jarige broer zien met wie hij gisterochtend om 9.10 uur nog even heeft gesproken.

De wanhoop en machteloosheid van direkt betrokkenen is hier duidelijk voelbaar. De reden dat Maria’s broer hier is gekomen is dat hij naar eigen zeggen thuis niet kan stilzitten. Een ziekenhuismedewerkster vertelt hem desgevraagd dat er slechts mondjesmaat nieuwe patienten naar de ziekenhuizen komen. Hij slikt. Hij is alle ziekenhuizen in de stad afgegaan en heeft alle beschikbare - en overbezette - telefonische hulpdiensten geprobeerd, maar zonder succes.

Hier krijgt de tragedie die Amerika zo hard heeft getroffen een menselijk gezicht. Op andere plekken in de stad is het moeilijker te bevatten hoeveel leed de ramp heeft veroorzaakt. In het rampgebied valt vooralsnog de materiële schade het meest op. Leden van de brandweer en politie en andere reddingswerkers zijn er onophoudelijk bezig met het ruimen van puin. Vrachtwagens rijden af en aan om de brokstukken van het gebouwencomplex te verwijderen.
Dinsdagavond sprak burgemeester Giuliani de hoop uit dat er nog mensen levend worden aangetroffen, maar wie de wanhopig makende chaos ziet kan nauwelijks optimistisch blijven.

Autoriteiten houden de hele zuidelijke punt van Manhattan gesloten. Op Houston Street mag niemand die niet kan aantonen dat hij of zij in SoHo of TriBeCa woont, of er om andere redenen iets te zoeken heeft, langs de opgestelde hekken. Die buurten zijn nu vrijwel geheel verlaten. Op straten waar gewoonlijk toeterende auto’s zich een weg banen en trendy mensen graag gezien worden in boetieks en op terrasjes, heerst nu een beklemmende stilte.
In krantenbakken ligt de krant van gisteren. Een verloren stropdas, een gymschoen liggen op straat. De meeste mensen die je hier ziet zijn met koffers, tassen en poezemandjes op weg naar elders.

Op de hoek van 6th Avenue en King Street, in TriBeCa, loopt een man met een flinke weekendtas te zeulen. Hij is op zoek naar een taxi, maar die rijden hier niet meer. “Ik stond hier op straat toen het tweede vliegtuig de Twin Towers invloog. Het leek wel een videospelletje” zucht hij. “Het was raar, er stonden hier allemaal mensen te kijken, huilend en in paniek. En toen zag ineens iemand actrice Sarah Jessica Parker, die hier om de hoek woont, aan komen lopen. En toen hoorde je ‘snel, maak een foto van haar’. Heel surreëel.”

Een aanslag als deze heeft hij altijd in zijn achterhoofd verwacht, zegt hij. Maar de klap is hard aangekomen. Hij heeft een oom verloren die weliswaar zelden reisde maar zich gisterochtend in een van de vliegtuigen bevond. Hij is in deze buurt opgegroeid met het uitzicht op de twee torens. “Ik kan gewoon niet geloven dat ze weg zijn. Alsof we in een klap terug zijn gegaan naar de jaren zestig.”

Een paar straten naar het zuiden laat een vrouw twee jongetjes in een speeltuintje spelen. Het instorten van de torens, waar ze gisteren vanuit haar appartement getuige van was, “is het ergste wat ik ooit heb gezien. Ik heb nog steeds het idee dat ik een nachtmerrie heb waar ik maar niet uit wakker word.”

Ook ten noorden van de afgesloten zone is het stiller dan anders. Op verzoek van de burgemeester zijn veel mensen die niet perse op Manhattan hoeven zijn, thuis gebleven. In de metro hangt een bedrukte stemming. De meeste mensen zitten stil voor zich uit te kijken. Anderen lezen kranten met koppen als ‘Act of war’ en ‘Dia de terror’. Een vrouw huilt stilletjes tijdens het lezen van de New York Times. Of ze bewust zijn aangetrokken of niet, T-shirts met teksten als “Mecca USA’ of afbeeldingen van de voormalige Newyorkse skyline krijgen plotseling een pregnante betekenis.

Een meisje dat op weg is naar haar werk in het noordelijkste puntje van Manhattan, vertelt dat ze eigenlijk niet echt verbaasd is om het gebeurde. “Amerika heeft over de hele wereld de meest vreselijke dingen gedaan.” Bezorgd is ze wel. “Vooral om wat Bush gaat doen. Ik ben bang dat hij heel snel zal terugslaan, met alle gevolgen vandien. Ik vertrouw hem niet en heb dat nooit gedaan. Dat is vervelend, dat je je eigen president niet kunt vertrouwen.”

Bij het kantoor van het Rode Kruis, aan de Upper West Side, hangt een stemming die je voorzichtig iets levendiger en energieker zou kunnen noemen. Dinsdag meldden zich al snel na de ramp honderden mensen onmiddellijk aan om bloed te doneren. Vier tot vijf uur moesten ze in de rij staan, maar ‘s avonds hadden de bloedbanken in de hele stad voor even voldoende voorraad. Vandaag stromen mensen opnieuw in grote getale toe.

Perswoordvoerder Michael Martino noemt de aanslag “onvergelijkbaar.” Hij wijst naar het zuiden, waar de twee vrijwel identieke torens tot voor kort een orientatiepunt voor de hele stad vormden en waar 27 uur na de eerste explosies nog steeds een grijze wolk hangt. Hij zwijgt even geëmotioneerd. Maar dan vervolgt hij: “Gisteren heerste er vooral ongeloof. Maar vandaag is de stemming anders. Meer ‘we gaan er iets aan doen, we gaan het beter maken.’

Hij is zichtbaar trots op zijn stadgenoten en niet verbaasd dat ze massaal de handen uit de mouwen steken. “Newyorkers mogen dan geen goede naam hebben, dat is niet terecht. In situaties als deze komen ze bij elkaar. Dat hebben ze in het verleden gedaan en dat zullen ze in de toekomst doen.”
New York is diep gewond. Maar niet verslagen.

©RdL
Trouw
13 september 2001