« Better be BrooklynDe dag na 9/11 »

AANSLAGEN WORLD TRADE CENTER

12

sep

2001

Op de dag dat Newyorkers naar de stembus zouden gaan om de kandidaten voor de komende burgemeestersverkiezingen te kiezen, verloren zij een van de meest gekoesterde ikonen van de stad. De wereldberoemde Twin Towers, de twee vrijwel identieke gebouwen die samen het World Trade Center vormen, zijn niet meer.

Om 9.21 uur, ruim een half uur nadat het eerste vliegtuig het complex is binnengevlogen, zijn alle tunnels en bruggen die het eiland Manhattan met de omgeving verbinden, gesloten. Ze worden alleen nog gebruikt als vluchtroute voor de duizenden mensen die uit downtown Manhattan worden geëvacueerd.

Een vrouw die nog niet op haar werk was gearriveerd toen ze door politie al weer terug naar Brooklyn werd gestuurd, komt zichtbaar aangedaan de Brooklyn Bridge af. Vanaf de brug zag ze hoe de South Tower “in elkaar zakte”. Ze maakt een handgebaar alsof het om een mislukte soufflé ging. Ze begint te huilen.
Een werknemer van de plaatselijke telefoonmaatschappij vertelt dat hij tijdens de explosies twee blokken verwijderd was van het World Trade Center. “Ik zag mensen uit het gebouw vallen”. Ook hij begint te huilen.

Aan de voet van de brug, in Brooklyn, krijg je een beeld van wat zich in Manhattan moet afspelen onder de immense grijze wolk die boven de wolkenkrabbers hangt en nog urenlang zal blijven hangen. Stromen mensen komen verslagen, huilend, onder stof bedekt en met zakdoeken of stofkapjes voor hun mond, de brug af. “I’m so scared, I’m so scared” snikt een vrouw in haar telefoon. Auto’s met lagen as op de motorkap zitten tot in het absurde volgestouwd met mensen.

Van grote paniek is op deze lokatie geen sprake, hoewel tientallen brandweer- en politieauto’s in volle vaart de brug oprijden, op weg naar het rampgebied. De mensen die zich hier verzamelen, in de hoop familieleden, collega’s of vrienden heelhuids te kunnen begroeten, zijn verbijsterd, geschokt en boos. “Waarom? Waarom?” vragen sommigen zich hardop af.

“Die Arabieren hebben chemicaliën. Eerst merk je niks, maar na zes dagen ben je dood” roept een man, maar de meeste mensen luisteren niet naar hem. Een vader wacht op zijn zeventienjarige zoon, die in downtown Manhattan naar school gaat. “Hij heeft me gebeld nadat het was gebeurd, dus hij is in veiligheid”, zegt hij opgelucht. Nu moeten ze elkaar nog zien te vinden.

Een fietser, die had gehoopt toch nog via de brug zijn werk te bereiken, geeft toe dat de ramp hem een beetje bang maakt. “Ik zou na die eerste terroristische aanslag [in 1993, red.] al niet meer in het World Trade Center hebben durven werken.”

Ondertussen verzamelen mensen zich rond auto’s waaruit radio’s het laatste nieuws schallen. Flarden van berichten over een vliegtuigexplosie in Pennsylvania, een gekaapt vliegtuig op weg naar Washington…Amerika lijkt plotsklap in oorlog. Omstanders beschrijven elkaar met grootse armgebaren wat ze hebben gezien of gehoord, maar niemand begrijpt in dit stadium wat er werkelijk gaande is of wat de reden is voor deze tragedie.

Op een steiger aan de oever, naast de Brooklyn Bridge, een geliefd uitkijkpunt voor toeristen en romantische zielen, staan fotografen en bewoners uit de omliggende buurt te kijken naar wat vanochtend nog een schitterende skyline was. Een man die naar eigen zeggen bijna dagelijks even de steiger opwandelt om van het spectaculaire uitzicht te genieten maar vanochtend zijn huis voelde schudden, staat er hoofdschuddend bij.

Zelfs het water van de East River lijkt zwart. Van downtown Manhattan is niets meer te zien dan de gebouwen die direkt aan het water staan. Wat er van de rest over is zal pas duidelijk worden wanneer de dikke donkergrijze wolk eindelijk is verdwenen.

©RdL
Trouw
12 september 2001