« Mary Harron over American PsychoThunderbolt wordt afgebroken »

COYOTE UGLY - DE BAR

1

okt

2000

'Cold Beer, Warm Bartenders' belooft het bord voor de deur. Tot voor kort liepen de meeste mensen Coyote Ugly in de New Yorkse East Village voorbij. Maar sinds de uitbreng van de gelijknamige film is het onooglijke barretje een attraktie.

Volgens de stamgasten van het eerste uur - het café werd geopend in 1993 - kan het nu alleen nog maar bergafwaarts gaan. Die beweging werd drie jaar geleden al in gang gezet toen Elizabeth Gilbert, een voormalige Coyote bardame en inmiddels schrijfster, in het blad GQ een artikel over de kroeg publiceerde.

In het stuk, de inspiratiebron voor de film, beschrijft Gilbert het succesvolle concept van beruchte saloons als Coyote Ugly, Village Idiot, Red Rock West en Hogs & Heifers. Cruciaal zijn de louter vrouwelijke bartenders - in de begindagen geworven via de kraakheldere oproep 'Shameless Sluts Wanted: No Experience Necessary' - die zij omschrijft als een kruising tussen gangsterliefjes en saloonhoeren. Ze moeten sexy zijn, maar niet te mooi, brutaal, ontspannen en grappig. Het idee erachter is eenvouding: zulke vrouwen zorgen ervoor dat mannen komen, blijven hangen en veel drinken.

Ook voor de klant gelden strenge regels. Wie een glas water blieft maakt goede kans natgespoten of weggestuurd te worden. Volgens een legende rond eigenares Liliana (‘Lil’) Lovell dwong zij eens een watervrager tequila uit haar cowboylaars te drinken.
Cocktails worden evenmin geserveerd. Volgens Gilberts artikel staat het bartenders vrij een klant die zo nodig een mud slide, woo-woo of zombie wil, naar buiten te nemen en in elkaar te meppen. Zelfs New Yorks favoriete mix, de martini, stuit op minachting. Een Jack Daniels kun je krijgen. “That’s how we make martini’s in this place, pal.”

Op een recente nazomerse avond wordt een groepje jongemannen hartelijk ontvangen door de twee aantrekkelijke barvrouwen die tussen het schenken - en drinken - van whiskey’s door bevallig over de bar hangen. Maar wanneer een van hen vervolgens met een creditcard wil betalen bekoelt de sfeer. Dit soort moderne fratsen wordt in Coyote Ugly niet gewaardeerd.
Wie bij zijn biertje muziek van ‘N Sync, Ricky Martin laat staan LeAnn Rimes (die de filmsoundtrack volzong) wil horen zoekt zijn heil maar elders, hier is de no nonsense truckermuziek van country-grootheden als Hank Williams, Johnny Cash en de Allman Brothers het enige wat je zult aantreffen.

Maar wie zich schikt naar de lokale wetten van het kroegje kan de tijd van z’n leven hebben. Laat op de avond vertelt een verlegen man een van de bardames dat hij jarig is. Dat laat zij zich geen twee keer zeggen. Ze pakt een tequilafles, stapt op de bar, schenkt haar mond vol en buigt zich over de man die inmiddels achterstevoren op de bar hangt. In een gebaar dat veel wegheeft van een tongzoen giet ze, als een vogel die z’n jonkie voedt, de drank in zijn mond. Via een horizontale paal langs het plafond slingert ze sierlijk terug naar haar plek.

'This Ain’t the Movie' waarschuwt een bordje aan de bar het nieuwe publiek. Waren Gilberts klanten vooral urban cowboys, junks, bikers en eenzamen (een stamgast vroeg haar, iedere keer dat ze langsliep, ten huwelijk), in de film stroomt de kroeg vol studenten, goedgeklede carrièremakers en brave matrozen. Laat het maar aan de Disney studio over om een smerige redneck joint te veranderen in een gezellig tentje waar niemand ervan opkijkt dat Tyra Banks half ontkleed op de bar staat.

Het café in de film mag dan Coyote Ugly heten, het heeft meer weg van Hogs & Heifers, een bij een breed publiek bekende saloon in het onfrisse Meatpacking District, waar vrachtwagens met varkens- en runderlijken af en aanrijden. Daar zijn de muren dik bezaaid met bh’s, bewaken breedgeschouderde portiers de ingang en staat steevast een rijtje Harley Davidsons voor de deur.
Maar het publiek bestaat voor een aanzienlijk deel uit kantoortypes die een avondje ruig willen doen. Een bevriende, degelijke accountant zag daar eens Drew Barrymore en bood haar in een dappere bui een drankje aan. Graag, maar alleen als haar vrienden ook iets kregen. De goedzak kreeg onmiddellijk spijt van zijn generositeit. Barrymore klom op de bar en gilde “Who’s my friend?” Tachtig paar armen vloog de lucht in en de arme jongen was in een klap door zijn weeksalaris heen.

Misschien zal er toch niet zoveel veranderen in Coyote Ugly, film of geen film. Vaste klant Marty, een videotechnicus met paardestaart, is vooralsnog optimistisch. Na een paar maanden afwezigheid kan hij zo gauw geen veranderingen ontdekken. Wat hem betreft is de jukebox de ware graadmeter: als ze die aanpassen is de tent verloren. Na een korte inspectie brengt hij het verlossende woord: “De jukebox is oké.”

©RdL
De Filmkrant
oktober 2000