« Viktor & Rolf in New YorkShoah Foundation - vijftigduizend getuigenissen »

JOHN IRVING EN DE VERFILMINGEN VAN ZIJN WERK

16

mrt

2000

The Cider House Rules is de vierde verfilming van een roman van John Irving en de eerste waarvoor hij zelf het script schreef. Zijn adaptatie werd prompt genomineerd voor een Oscar. Het werk van Irving lijkt zich, kortom, uitstekend te lenen voor verfilming. Maar leveren zijn boeken werkelijk goede films op?

Een auteur wiens oeuvre voor bijna de helft is verfilmd - Irving heeft tien romans op zijn naam staan - kan met recht een boek publiceren getiteld My Movie Business, A Memoir. Hierin beschrijft Irving zijn ervaringen met de filmindustrie en staat vooral stil bij de moeizame totstandkoming van The Cider House Rules - pas na dertien jaar, vier regisseurs en tientallen scriptversies zag de film het licht.

Zijn boek maakt inzichtelijk hoe moeilijk het is een dikke roman in filmvorm te gieten. Een verhaal dat honderden pagina’s de ruimte heeft om uit te dijen en te groeien moet worden ingedikt tot een strak lineaire vertelling die gedurende hooguit twee uur begrijpelijk en onderhoudend moet zijn. De eerste scriptversie die hij schreef zou negen uur hebben geduurd, merkt Irving veelzeggend op.

Wie dit geworstel leest bekruipt gaandeweg het gevoel dat vergeleken met literair werk als dat van Irving film eigenlijk maar een armzalig medium is. Dat is uiteraard geen terechte conclusie. Wel terecht is de vraag of ieder boek een verfilming verdient.

Een van de grootste problemen waar Irving in zijn adaptatie van The Cider House Rules op stuitte - en een van de aspecten waarmee liefhebbers van het boek vermoedelijk de meeste moeite hebben bij het zien van de film - is de relatie tussen Homer, Candy en Wally.
Homer, de wees die onofficieel wordt opgeleid tot verloskundige-aborteur, ontmoet de geliefden Candy en Wally wanneer zij zich voor een abortus vervoegen bij Homers mentor Dr. Larch. Hij gaat met ze mee naar de appelboomgaard van Wally’s gefortuneerde familie en raakt vervolgens verliefd op Candy nadat Wally is opgeroepen voor dienst.

In het boek beleven Homer en Candy een schoorvoetend begonnen, langdurige liefdesrelatie waar een kind uit voortkomt en die zelfs wordt voortgezet na de terugkomst van Wally. Omdat Irving vreesde dat Candy in het script een te belangrijke rol zou gaan spelen overwoog hij aanvankelijk zowel Candy als Wally simpelweg te schrappen (blijkbaar was hij naïef genoeg om zich een Hollywoodfilm zonder love interest te kunnen voorstellen). Pas in de onderhandelingen met de derde potentiële regisseur, Michael Winterbottom, keerden de twee personages terug. Maar tegen een hoge prijs.

In het boek profiteert de driehoek Homer-Candy-Wally van de epische opzet van het verhaal: vijftien jaar spendeert Homer in de appelboomgaard alvorens terug te keren naar het weeshuis. Maar “tijdsverloop, zo belangrijk in al mijn boeken, is niet makkelijk vast te leggen in een film”, constateert Irving in zijn memoire. In de film is dezelfde periode gereduceerd tot vijftien maanden. Hooguit genoeg tijd voor een kortstondige affaire tussen Homer en Candy, die vrij plotseling begint met een hijgerige seksscène en door Candy wordt toegelicht met een opmerking die het midden houdt tussen waarschuwing en rechtvaardiging: “Ik ben niet goed in alleen zijn.” Zo is een gecompliceerde, liefdevolle driehoeksverhouding gedistilleerd tot een avontuurtje dat wordt ingegeven door behoefte aan gezelschap.

Is het laten schieten van talloze details, uitwijdingen en verhaallagen een algemeen fenomeen bij literatuurverfilmingen, het werk van Irving levert een ander probleem op dat zijn boeken op het oog ongeschikt maakt voor verfilming. Zijn verhalen gaan niet over Grote Gebeurtenissen. Zijn verhalen zijn aaneenrijgingen van anecdotes waaraan de Grote Gebeurtenissen als het ware ondergeschikt zijn gemaakt.

In The Hotel New Hampshire worden vele pagina’s gewijd aan het op de gekste plekken opduiken van de overleden, opgezette familiehond, maar de dood van de moeder en het jongste kind van het gezin Berry wordt in enkele regels afgedaan (en onmiddellijk gevolgd door de komische toevoeging dat dezelfde hond, dobberend op zee, voor de reddingwerkers een indicatie is waar het verongelukte vliegtuig is terechtgekomen).

Maar met anecdotes maak je geen film. Althans, niet in Hollywood. Hollywood schrijft immers voor dat een verhaal zo economisch mogelijk, zonder al teveel zijlijnen, wordt verteld en in vijf aktes naar een bevredigend eind wordt voortgestuwd. Regisseur Tony Richardson probeerde Irvings stijl vast te houden in zijn verfilming van The Hotel New Hampshire. Maar deze film, door Irving omschreven als een ‘farce’, is op z’n best een aaneenschakeling van the best of-momenten uit het boek, zonder veel samenhang, dramatische structuur of emotionele lading.

De verfilming van The World According to Garp door George Roy Hill gaat grotendeels gebukt onder hetzelfde probleem en verschuift bovendien de humor: aan Irvings typische situatie-grappen worden one-liners toegevoegd. One-liners kom je in de boeken van Irving niet tegen. (Ook de roman A Prayer for Owen Meany kreeg een film-adaptatie, maar Irving distantieerde zich van deze film, Simon Birch getiteld. In My Movie Business rept hij er met geen woord over)

Irving zelf gooit het met zijn script voor The Cider House Rules over een andere, tamelijk rigoreuze boeg: hij laat de anecdotes én de humor voor wat ze zijn en brengt zijn verhaal terug tot de kale hoofdlijn. Het gevolg: “De rauwe momenten ontbreken”, geeft de schrijver toe in zijn memoire. En dat is problematisch. Want als er iets essentieel is aan zijn werk dan zijn het wel deze rauwe momenten, momenten waarin aangrijpende gebeurtenissen een tweede, komische dimensie krijgen en Irving de emoties van de lezer wreed bespeelt.

In A Widow for One Year, zijn meest recente roman, verhaalt de auteur van een auto-ongeluk waarbij twee broers om het leven komen. In een hartverscheurende sequentie beschrijft hij hoe hun moeder in het autowrak een schoen ontwaart en er op af stapt om dit nu zo betekenisvolle object te pakken te krijgen. Dan pas merkt ze dat ze met de schoen het losgeraakte been van haar gestorven kind naar zich toe trekt. Zo krijgt een huiveringwekkend incident een wrang-geestige wending.
Maar Irvings lichtvoetigheid duidt nooit op trivialisering van menselijk leed, eerder juist op diep respect voor het leven en op het besef dat tragiek en humor vaak heel dicht tegen elkaar aan liggen. Die levensvisie is misschien wel het meest karakteristiek aan Irvings oeuvre.

Er is, zo kan dus worden gezegd, tot op heden geen Irving-adaptatie die én een goede film is én recht doet aan Irvings literaire stijl.

Irvings missie zijn boek naar film te vertalen drijft op nog een andere merkwaardige tegenstelling. Zoals de auteur in My Movie Business vertelt gaat het schrijven hem om het schrijven zelf. De centrale verhaallijn en de gebeurtenissen zitten al in zijn hoofd voordat hij aan de eerste regel begint. Hij moet ze alleen nog goed opschrijven.
Zoals zijn werk ondubbelzinnig aantoont ontleent Irving het grootste plezier van zijn vak aan het spelen met taal en het rekbare begrip communicatie, zowel op het niveau van de tekst (hij is bijvoorbeeld erg gecharmeerd van cursiveringen) als in de fictieve werelden die hij beschrijft. In A Prayer for Owen Meany wordt de tekst van het titelpersonage in kapitalen weergegeven.

Zijn boeken worden steevast bevolkt door schrijvers, mensen met spraakgebreken, accenten of gehoorproblemen en kinderen die moeilijke woorden verhaspelen (het zal ook geen toeval zijn dat het hoofdpersonage in The Cider House Rules de naam draagt van een van de grootste dichters uit de Europese literatuurgeschiedenis).

In The World According to Garp communiceert een groep tongloze vrouwen via briefjes en in The Cider House Rules vindt een hilarische spraakverwarring plaats tussen de in Birma neergestorte, gewonde piloot Wally en de plaatselijke bewoners die hem gastvrij onthalen: niet bij machte hun taal te begrijpen leeft Wally maandenlang in de veronderstelling te worden verzorgd door Mevrouw Blouse en Meneer Gekruide Visballetjes.

De mogelijkheid te jongleren met taal valt vrijwel weg bij het schrijven van een script. Irving erkent dat probleem in My Movie Business: hoeveel tijd hij ook mag besteden aan een script, hij heeft nooit “het gevoel te schrijven.” Welbeschouwd moet het een marteling zijn geweest om zo lang te hebben gewerkt aan een filmscript, volgens Irving “slechts een steiger voor een gebouw dat door de regisseur zal worden gebouwd.”

Maar de auteur kijkt lakoniek terug op de dertien jaar lange onderneming. Wel geeft hij toe de grootste moeite te hebben gehad met het maken van al die gedwongen keuzes. Bij het schrijven van romans is daar gelukkig geen sprake van. Immers, “als niet een auteur of filmregisseur voor God kunnen spelen, wie dan wel?” Dat is een van de redenen dat hij uiteindelijk toch de voorkeur geeft aan zijn “echte werk”. Gelukkig maar.

©RdL
Trouw
16 maart 2000

John Irving: My Movie Business, A Memoir
1999 Random House, New York
ISBN 0-375-50368-4