« Kramer's Reality TourSylvester Stallone over Copland »

ROB REINER OVER GHOSTS OF MISSISSIPPI

20

apr

1997

Toen in 1963 de zwarte mensenrechtenactivist Medgar Evers voor zijn huis in Jackson, Mississippi werd doodgeschoten, wist iedereen wie de dader was: de blanke, extreem-rechtse Byron De La Beckwith. Toch werd die vrijgesproken. In GHOSTS OF MISSISSIPPI laat regisseur Rob Reiner zien hoe het ruim dertig jaar heeft moeten duren voordat De La Beckwith opnieuw voor het gerecht werd gedaagd en veroordeeld.

Zijn dood mag destijds in Amerika een grote schok teweeg hebben gebracht, Medgar Evers wordt zelden in één adem genoemd met grote zwarte leiders als Martin Luther King Jr. of Malcolm X. Dat heeft niet alleen te maken met Evers' bescheiden karakter en vroege dood, maar ook met het feit dat in de jaren vijftig de media (vooral televisie) nog niet zo alom aanwezig waren in Mississippi als een decennium later.

"Medgar Evers is bij de meeste Amerikanen onbekend, merkwaardig genoeg zelfs bij zwarte Amerikanen", zegt Rob Reiner, die eerder films als Misery, A Few Good Men en When Harry Met Sally maakte, maar voor veel mensen altijd Meathead uit 'All in the Family' zal blijven. Hij bevindt zich in een fraai Newyorks hotel, in gezelschap van acteur James Woods en Bobby DeLaughter, de officier van justitie die in 1994 de nieuwe zaak tegen Evers' moordenaar aanspande.

Het feit dat Evers te boek staat als 'de vergeten leider' was voor Reiner echter geen aanleiding zich in zijn film te concentreren op het leven en werk van de activist. "Ik vind dat ik als blanke geen film kan maken over ervaringen van zwarten. Maar ik ben altijd politiek actief geweest en wilde al heel lang een film maken over de Amerikaanse Civil Rights Movement. Ik zag alleen tot voor kort geen mogelijkheid."

De gelegenheid waar hij zo lang naar had gezocht deed zich tenslotte voor met de zaak tegen Byron De La Beckwith: het proces werd geleid door de blanke openbaar aanklager Bobby DeLaughter, een jurist uit Mississippi. Het onderzoek van DeLaughter (gespeeld door Alec Baldwin) vormt de ruggegraat van de film. DeLaughter was aanvankelijk slechts zijdelings in de kwestie Medgar Evers geïnteresseerd. Totdat hij Evers' weduwe Myrlie (in de film gespeeld door Whoopi Goldberg) ontmoette. Myrlie vertelde hem hoe haar echtgenoot in 1963 in een juninacht was thuisgekomen, uit zijn auto was gestapt en in de rug geschoten. Hij stierf in bijzijn van zijn vrouw en drie kleine kinderen.

"Toen ik haar verhaal had gehoord", zegt Bobby DeLaughter, "begon me te dagen wat Myrlie en haar kinderen hadden meegemaakt. Ik had op dat moment drie kinderen van dezelfde leeftijd als de kinderen Evers destijds en zelf was ik ongeveer even oud als Medgar op het moment dat hij stierf." Pas toen realiseerde DeLaughter zich dat de moord niet alleen een politieke betekenis had. "Myrlie Evers kwam naar mij toe als de vrouw van een slachtoffer, ze had geen politieke drijfveren. Ze wilde gerechtigheid, geen politiek statement."

DeLaughter besloot zich aan de zaak te wijden. Dat werd het begin van een intensieve, vier jaar durende zoektocht naar nieuw bewijsmateriaal en nieuwe getuigen. Het feit dat een blanke officier werkte aan een politiek beladen, 'zwarte' zaak stuitte op veel weerstand, zowel in de blanke als de zwarte gemeenschap: Bobby DeLaughter werd bekritiseerd door plaatselijke zwarte politici, bedreigd door aangeklaagde De La Beckwith en verlaten door zijn vrouw.

Op het oog lijkt er in de zuidelijke staten niets te zijn veranderd in de afgelopen dertig jaar, maar dat klopt niet helemaal, meent DeLaughter. "Toen ik in de jaren zestig op de lagere school zat was segregatie heel normaal, je wist niet beter. Eenmaal op de universiteit was het al anders: toen had ik zowel blanke als zwarte vrienden. Tegenwoordig denk ik dat er in het Zuiden minder racisme is dan in veel noordelijke staten: in het Zuiden hebben zwarten en blanken al zo lang met elkaar te maken gehad, ze hebben geleerd met elkaar om te gaan."

Veelzeggend voor de veranderde tijdgeest is in elk geval het feit dat Byron De La Beckwith destijds tegenover een geheel blanke, mannelijke jury stond, terwijl de jury die hem in 1994 schuldig bevond uit zowel vrouwelijke als mannelijke, blanke en zwarte leden bestond. Maar, geeft DeLaughter toe, "er is in Mississippi nog steeds een groep blanken die vasthoudt aan de oude apartheidsideeën en helaas laten die duidelijk van zich horen."

Waarschijnlijk onder druk van de publieke opinie werd het onderzoek van DeLaughters agenda geschrapt en doorgeschoven naar een zwarte, vrouwelijke officier. Rob Reiner: "De hoofdofficier ontkent nu in alle toonaarden dat DeLaughter om politieke redenen van de zaak werd gehaald. Maar dat geloof ik niet." DeLaughter was echter inmiddels zo met de kwestie-Evers verweven geraakt dat hij Myrlie Evers smeekte voor hem op te komen. Zij richtte zich inderdaad tot de rechtbank met het verzoek Bobby DeLaughter als aanklager op de zaak te houden en zo kwam het proces opnieuw bij hem terecht.

Rob Reiner voelde naar eigen zeggen vanwege de historische achtergrond een grote verantwoordelijkheid bij het maken van deze film. "Ik ben me ervan bewust dat mensen hun geschiedenis leren via films. Het is dus heel belangrijk om historisch accuraat te zijn." Dat leverde in dit geval merkwaardige situaties op. Zo werd tijdens het onderzoek het lijk van Medgar Evers opgegraven en bleek het lichaam - na dertig jaar - nog volledig intact. "Dat had ik in geen miljoen jaar kunnen verzinnen", grapt Reiner. "Maar dat is echt gebeurd, ik heb er foto's van gezien.

Myrlie zei tegen me dat Medgar zichzelf in goede conditie had gehouden om te zien of de moordenaar voor het gerecht zou komen en om zich aan zijn jongste zoon te kunnen laten zien, die destijds als peuter niet bij de begrafenis was geweest." Andersom had Reiner de rechtbankscènes iets spectaculairder willen maken, maar moest hij zich ook daar houden aan historische juistheden. "Ik had graag wat vuurwerk gezien tussen aanklager DeLaughter en verdachte De La Beckwith. Maar ze hebben elkaar in werkelijkheid maar twee keer, heel kort gesproken. En De La Beckwith was bij dit proces niet aanwezig. Dus dat was onmogelijk."

Reiner is De La Beckwith wel een keer gaan opzoeken in zijn gevangenis. "Hij zit daar in een hele kleine cel vol met allerlei racistische lectuur en boeken met titels als 'The Negro The Ape'. Weerzinwekkend. Hij heeft een kleine typemachine op zijn bureau en correspondeert veelvuldig met verschillende racistische organisaties in het land."
James Woods, die zowel de jongere als de oudere De La Beckwith speelt (en voor zijn rol werd onderscheiden met een Oscarnominatie) piekerde er niet over zijn 'voorbeeld' te ontmoeten. "Ik kreeg wel de gelegenheid, maar ik heb er voor gekozen dat niet te doen. Ik wilde niet appelleren aan zijn opgeblazen, narcistische ego. Ik meende dat als ik bij hem zou langs gaan, hij het gevoel zou kunnen krijgen dat zijn gedrag wordt gerechtvaardigd nu hij in een film voorkomt. Dat wilde ik vermijden."

Belangrijkste bron voor historische feiten vormde Myrlie Evers, de strijdbare weduwe die niet alleen gedurende dertig jaar het gedachtengoed van haar voormalige echtgenoot bleef uitdragen, maar ook een eigen politieke carrière nastreefde, waarin ze zich inzette voor gelijke rechten voor zwarten en vrouwen. Zo werd zij in 1995 verkozen tot bestuursvoorzitter van de NAACP, de nationale associatie ter bevordering van de status van gekleurde mensen, die in Amerika op politiek niveau een serieuze gesprekspartner is.

Rob Reiner: "Ik heb heel nauw met Myrlie Evers samengewerkt gedurende het hele produktieproces van de film. Maar ik heb haar niet alleen als consultant betrokken bij de film, ik heb haar ook ronduit gezegd 'Ik wil dat je een goed gevoel hebt over wat er in deze film gebeurt. Als het je niet bevalt dan wil ik de film niet maken'. Ik ben erg blij dat zij tevreden is. Het maakt mij niet uit wat de critici ervan denken, voor mij telt alleen dat Myrlie en haar familie gelukkig zijn met het resultaat."
Ook de kinderen van het echtpaar Evers werden ingeschakeld: de beide zonen Darrell en Van spelen zichzelf in de film, terwijl dochter Reena te zien is als jurylid (de rol van Reena wordt gespeeld door Martin Luther Kings dochter Yolanda).

Ook Bobby DeLaughter is content met de manier waarop een van de belangrijkste processen uit zijn loopbaan is verfilmd. Maar hij wordt in GHOSTS OF MISSISSIPPI dan ook afgeschilderd als een nobele, heldhaftige doorzetter. "Och", zegt DeLaughter verlegen en nuchter tegelijk, "ik deed gewoon mijn werk zo serieus en goed mogelijk. Voor mij was het duidelijk dat het om een hele ernstige misdaad ging en ik wilde voorkomen dat die onder het kleed zou worden geveegd. Mijn belangrijkste drijfveer was - en dat is ook de rode draad van de film geworden - het is nooit te laat voor gerechtigheid."

©RdL
VARA Gids
april 1997